zondag 7 augustus 2016

Vreemdgaan

Vandaag ben ik bijna vreemd gegaan.
Ik kon er niks aan doen.
Hij was gewoon geweldig!

Het begon allemaal toen ik vandaag weer ging rennen. Helaas moest ik vanwege blessures laatst weer overnieuw beginnen met mijn schema dus zit ik momenteel weer in week 5.

De les was begonnen met smokkelen.
Nou ja, zo voelde het in ieder geval. Ik ren namelijk met Runkeeper (gratis versie) en daar tik ik mijn schema’s in. Als ik hem dan aanzet begint gelijk mijn eerste hardloopstuk, in dit geval 3 minuten rennen. Op dat moment moet ik echter nog mijn telefoon in het hoesje stoppen en het hoesje op mijn arm doen. En dat gaat niet makkelijk als je lijf heen en weer schudt. Dus gingen er vandaag ook zeker weer 15 seconden voorbij eer ik ook echt aan het hardlopen was (of wat daar voor door moest gaan).
Vervolgens was ik natuurlijk weer te enthousiast aan de gang gegaan omdat ik op de openbare weg liep en voor het zicht toch wel soepel wilde lopen.
Het spreekt dus voor zich dat ik al snel een knalrode kop en een nogal waggelende gang had omdat ik al moe was.

Toch kon ik ook nu weer volhouden. Ik wist immers dat ik deze tijden makkelijk aan kon. Ik had het eerder gedaan.
En ik wist dat als ik het vol zou houden ik een geweldig gevoel er aan over zou houden. Dat ik het laatste stuk naar huis toch weer heupwiegend en meezingend over straat zou gaan.
En inderdaad na mijn laatste drie minuten rennen was mijn humeur zo geweldig dat ik gewoon nog eens drie minuten extra liep...
En dat was deels doordat ik zo trots op mezelf was dat ik me vanmorgen weer over mijn renfobie had gezet..
Maar eerlijk is eerlijk, het kwam grotendeels door hem!

Want op driekwart van mijn route liep ik midden in een bos.
Het was er stil, uitgestorven bijna.
Wie gaat er dan ook op zondagmorgen vroeg door een bos rennen...?
Ik had net een paar keer wanhopig mezelf toegesproken om vooral toch met mijn hoofd omhoog te lopen, om vooral mezelf te blijven vertellen dat ik dit gewoon kon, om vooral mee te zingen met Esther Groenenberg (“alles gaat voorbij...”)

Positief lopen,
positief denken,
positief doen,
dan komt alles goed!

Maar keer op keer betrapte ik mezelf er op dat toch dat hoofd weer ging hangen. Dat mijn ademhaling op hol sloeg. Dat ik eigenlijk wel wist dat ik niet gemaakt was om te rennen.

En net op het moment dat mijn hoofd definitief in de opgeefstand wilde gaan hangen, gebeurde het:
Ik was net puffend op een kruising aangekomen in het bos. Ik was nog aan het overdenken hoe ik ook alweer thuis kon komen (“zal je net zien dat ik ook nog verdwaal"). En ineens bots ik bijna tegen hem op.
Ik schrok, hij niet.
Soepel gooide hij het stuur van zijn wielrenfiets om en reed vloeiend om me heen.
Ik kon zijn gezicht niet zien want die zat half verstopt vanwege de helm die hem moest beschermen. Toch weet ik zeker dat hij oogverblindend mooi was. Zo’n gezicht dat een combinatie is van alle mooie mannen die je ooit in je leven gezien hebt:
Lachende ogen, sterke kaaklijn, bos haar waar je lekker in kan kroelen, ... (alle meelezende dames mogen hier natuurlijk zelf invullen waar ze van dromen).

Hoe ik weet dat hij zo geweldig was?
Omdat hij zich daarna omdraaide naar zijn vrienden die achter hem aanreden en hij de waarschuwing riep:
"Hardloper"
...
Ja echt, ... hij riep het.
Serieus!
Hij riep "Hardloper"
En hij had het écht over mij. Er was niemand anders in de buurt...

Lekker ding!

Het was dat ze zo hard reden anders was ik hem achterna gegaan en had hem spontaan van zijn fiets getrokken om hem een zoen op zijn voorhoofd te geven.

Droomvent!

Tijdens die laatste minuten rennen van mijn activiteit leek het wel of ik vleugels gekregen had. Ik vloog gewoon naar huis...

Als een echte hardloper :)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten