zondag 24 januari 2016

Granny squares

Sommige mensen zeggen dat haken ontspannend is.
Even je gedachten op nul en je handen laten gaan tijdens het tv kijken of muziek luisteren.
Niets moeten.
Niets piekeren.
Niets.

Ik heb daar geen last van.
Bij mij is haken stress.
Of althans, dat is het de laatste tijd. Het leek me namelijk leuk om voor een voorstelling een omslagdoek te haken. Ik had een geweldig kleurtje paars gevonden en met wat zwart en grijs paste het ook helemaal in het verhaal van de voorstelling. En omdat ik ooit een hobbyboek had gekocht (mijn zoveelste verslaving) over granny squares, leek dit me de uitgelezen kans om een ouderwetse omslagdoek/sjaal te haken.

Dus begon ik enthousiast aan de eerste square.
Natuurlijk was dat een enkele kleur. Ik moest eerst ontdekken of ik het wel begreep. En natuurlijk moest ie in 1 x af. Het resultaat was leuk!
Opnieuw verbaasde ik me over het feit dat iemand ooit had bedacht om met draad en een stokje zulke ingewikkelde maar toch ook weer logische handelingen te verrichten om zo’n verbluffend resultaat te bereiken.

Omdat ik op een vrije dag was begonnen maakte ik er gelijk nog maar twee. Volgens het patroon had ik er 6 van dezelfde kleur nodig. Dat was best veel dus moest de vaatwasser en de was maar even wachten. En opeens was het ook al tijd om aan het avondeten te beginnen maar ik moest echt even die volgende square afmaken.
Helaas was ineens mijn man thuis en moest ik echt wat gaan doen.
Normaal ben ik best blij met mijn lief hoor, maar nu kwam het gewoon niet uit.
Gelukkig kon ik die avond nog verder en had ik een aardig begin gemaakt met de sjaal.

Daarna begon het werkende leven weer, hoewel ik daar eigenlijk geen tijd voor had. Want de sjaal moest af!
Mijn aanvankelijke enthousiasme werd vooral ongeduld. Hoewel ik elke avond regelmatig even genietend de volgende halve square over mijn been legde om te zien hoe geniaal het was, voelde ik steeds meer de druk om het af te hebben.
Niet omdat de voorstelling in zicht kwam hoor, nee dat duurde nog wel even, maar omdat ik het wilde.
Omdat het moest… van mezelf!
En dus zag ik niks meer van de serie waar ik bij zat te haken.
Hoorde ik mijn lief niet meer die naast me zat.
En zag ik de tijd niet wegtikken op de klok.

Drie lossen voor het volgende stokje,
losse extra,
drie stokjes,
2 lossen,
3 stokjes in dezelfde boog.

Sneller, vloeiender, meer!
Weer een nieuwe kleur.
Weer een nieuwe square.

Dus nee, deze omslagdoek was niet ontspannend, was niet zonder moeten.
Het was gewoon hard werken.
Gisteravond trok ik dan eindelijk met een zucht het laatste draadje door de lus.
30 squares af!
Het was me gelukt. Nu kon ik eindelijk relaxen…

Tot ik me realiseerde dat ik de draadjes nog moest afwerken, de squares moest opspannen, ze aan elkaar moest haken, een sierrand moest maken,…

Maar toen kwam het aha-momentje:
Ik moet niet zo klagen.
Ik moet er iets van leren.
Ik moet echt eens leren wat minder van mezelf te moeten!



zaterdag 9 januari 2016

Mijn dorp

Ik ben echt wel gek op mijn dorp.
Ik woon er met veel plezier.
We hebben een mooi huis in een rustige straat maar toch overal dichtbij.
Het enige waar ik me steeds meer zorgen over maak zijn de inwoners.

Eind vorig jaar ging ik met mijn lief rennen in het bos hier om de hoek.
Wat een oef-wat-was-het-weer-zwaar-maar-heerlijk rondje rennen had moeten worden werd een geschrokken gelukkig-was-het-niet-erger onderneming. Mijn lief werd namelijk ineens van achteren aangevallen door een loslopende hond. De dames die erachter liepen kwamen niet verder dan “Sorry, ik wist niet dat hij…”

Losliep?
Mis beet?

En daarmee was de kous af.
Geen check of alles goed met ons was maar aanlijnen en doorlopen.
Ik nam het de hond niet kwalijk. Ik vond het alleen jammer dat er iemand in ons dorp woonde die kennelijk een bezoekje van Cesar Millan nodig had.

Vandaag echter vroeg ik me af of het niet erger is dan ik dacht. Waar ik vorig jaar nog medelijden had met die ene hond, ging ik me nu zorgen maken om alle trouwe viervoeters in mijn dorp.

Toen ik in gedachten op de terugweg was van een fourniturenzaakje werd ik gepasseerd door een dame met een bakbeest-viervoeter.
Ik had ze niet echt gezien. Ik was helemaal in mijn nopjes met die mooie paarse wol die ik net had gekocht. In gedachte was ik al granny squares aan het haken of franjes aan mijn poncho aan het maken.
De grom hoorde ik eerder dan de klap tegen mijn bovenarm. Direct daarop begon het tieren van de hondendame.
Ik slaakte een kreet in de trant van “Jezus” (ja, ik ben verbaal erg sterk!) en probeerde te ontdekken wat er nu was gebeurd.
Het was eigenlijk helemaal niet moeilijk. Aan de wijze waarop de mevrouw de hond op zijn neus sloeg, aan zijn lijn sjorde, toeriep en meetrok bleek wel dat hij ‘de schuldige’ was. Ik had hem natuurlijk ook wel in een flits bij mijn arm weg zien schieten.
Terwijl ik nog verdwaasd mijn hand door mijn haar haalde was de dame ondertussen alweer vloekend en tierend twee etalages verder.
Terwijl ik gedachteloos twee stappen zette en toen mijn mouw ging controleren was de dame het blok al voorbij.
Nog zwaar na hijgend trok ik mijn jas uit om te zien of er niks kapot was.

Ik hoefde die mevrouw niet meer te vertellen dat mijn jas alleen maar erg vies en nat was geworden en naar hond stonk. Ik hoefde ook niet te vragen of zij mijn jas zou laten stomen. Ik hoefde ook niet uit te leggen dat mijn bovenarm pijn deed.
Mevrouw was namelijk tegen die tijd al bijna thuis denk ik.

Mocht je vandaag of morgen van een buurvrouw of vriendin horen dat ze zo geschrokken was omdat haar grote hond ineens tegen een mevrouw was uitgevallen, gewoon op straat, terwijl ze daar heel rustig liep (niet eens hardlopend) en 'dat hij dat normaal nooit doet', wil je dan zeggen dat het goed met me gaat. Dat de schrik al wat is afgenomen. En geef haar dan gelijk van mij de volgende tip:

Ik weet dat u geschrokken bent omdat u dit nooit had verwacht van uw schat van een huisdier… maar kunt u zich nagaan hoe de aangevallen dame zich voelde? Volgende keer zou het misschien een idee zijn om even naar haar toe te gaan en te vragen of alles goed is!


Alvast bedankt!



woensdag 6 januari 2016

Gewoontedier

Ik ben een gewoontedier.
Ik hou niet van te veel verandering.
Als ik een wijze van handelen heb, wil ik die behouden.
Als ik fijne spullen heb, mogen ze niet kapot.
Als ik lieve vrienden vind, mogen ze nooit meer weg J

Ik voel me comfortabel in mijn routines.
Ze zijn mijn houvast, mijn warme dekentje, mijn lichtje in het duister.
Als de wereld ineens op z’n kop zou staan, heb ik in ieder geval mijn routines nog.
Het is niet zo dat ik denk dat de wereld vergaat als ik moet afwijken hoor. Er ontstaat alleen een lichte stress.
En ik hou niet van stress…

Soms zijn mijn gewoontes overigens niet heel handig.
Zo heeft mijn telefoon een menu van 5 pagina’s met apps.
Als ik van de ene naar de andere app wil, swipe ik altijd naar rechts, zelfs als de app op de linker pagina er naast ligt! Staat Pinterest dus op pagina 3 en Wordfeud (ja, daar blijf ik ook gewoon mee door gaan) op pagina 4 en heb ik net een woord gelegd maar wil ik nu weten welke Pin ik na ga maken, open ik dus het menu en swipe vier keer (!) naar rechts.
Ik weet dat het niet logisch is maar zelfs als ik de keuze maak om het anders te doen vegen mijn vingers nog vrolijk naar rechts.

Wat ook niet handig is, is dat ik zo goed bezig ben geweest afgelopen jaar dat het tijd was voor nieuwe loopschoenen.
Enigszins trots liep ik de renwinkel binnen en vertelde daar dat ik een half jaartje liep en nieuwe schoenen nodig had. De meneer deed een analyse en kwam met blitse, kleurige schoenen aan die me wat steun op de goede plekken zou geven.
Binnen een mum van tijd stond ik weer buiten en ging de schoenendoos mee naar huis… en bleef daar twee weken me aan staan staren.
Want nu moest ik ze natuurlijk ook echt gaan gebruiken.
En dat was toch wel eng.
Want ik kende ze nog helemaal niet.
En wist niet wat ik aan ze had.
Wat nou als ik er last van kreeg of zo?

Maar vorige week moest het er toch van komen, ze waren duur genoeg geweest.
Dus toen ik met mijn lief ging lopen, besloten we een klein rondje te doen zodat ik de nieuwe schoenen kon inlopen.
Op zich ging het goed. Ze gaven steun, ze waren licht, ze gaven blaren (wat ik gewend ben van nieuwe schoenen; fijn dat dat zo voorspelbaar is).
We liepen toch weer langer dan gedacht en aan het einde ging ik al wel merken dat er ineens andere spieren werden aangesproken dan het afgelopen half jaar. Dat er in mijn bovenbenen nog onbekende spieren zaten was echt een verrassing.
Goed nieuws vertelde ik mezelf nog want dan voel je tenminste dat je iets goeds hebt gedaan.
Nou dat voelde ik zeker de volgende dag.
Kennelijk werkte de extra steun in die schoenen errug goed!

Maar toen ik vandaag me weer omkleedde voor het rennen begon mijn gewoonte-stemmetje te protesteren.
Ik had vorige week maar 1 keer gerend en moest er weer in komen.
Nieuwe schoenen moest je toch langzaam inlopen?
De oude waren nog niet helemaal versleten en dus zonde om nu al niet meer te gebruiken.
En ze liepen zo lekker, je voelde niet eens dat je ze aanhad.
En mijn spieren moesten toch langzaam wennen aan de nieuwe manier van lopen.
En ik had ook al voor het eerst een haarband in met rennen!
Nee vandaag was het beter om weer lekker in mijn oude schoenen te kruipen.
Warm.
Duidelijk.
Voorspelbaar.

Mijn dag voelt helemaal goed!
De wereld is zoals het altijd was.
Ik heb heerlijk gelopen. Het ging goed. Ik was zelfs sneller dan normaal.
Nu zit ik thuis heerlijk muziek te luisteren die ik al vele malen heb gehoord.
En straks ga ik een shake eten die ik al eens eerder heb gegeten.

De stofjes die bij het rennen zijn vrijgekomen geven me een heerlijk euforisch gevoel…
ik kan de hele wereld aan...
wie weet ga ik straks wel proberen eens echt naar links te swipen!