dinsdag 30 oktober 2018

Loopneus


Dit jaar ben ik gestart met een opleiding tot clown.
In een van de eerste lessen ging het over een belangrijke kwaliteit van de clown, namelijk verwondering.
Tijdens die les liep ineens een groep volwassen mensen zich te verwonderen over kiertjes in de muur, het zonlicht op de vloer en de vingers van medespelers.
Het was een genot om te zien en een genot om te doen.

Het is een geweldige kwaliteit van de clown, Verwondering.
Eén die we in het dagelijks leven allemaal vaker zouden moeten gebruiken.
Want hoe leuk is het om de wereld om je heen weer te herontdekken!

Dus vandaag, terug wandelend van de garage, verwonderde ik me.
Ik verwonderde me over mijn neus.
Of eigenlijk over wat er uit kwam.
Nou ja, niet zozeer wát er uitkwam als wel dát er iets uit kwam.
Want elke keer als ik ga wandelen of rennen krijg ik een loopneus.
Dus ineens vroeg ik me af waarom.
Waarom heb ik 4 zakdoeken nodig voor een uurtje wandelen?
Of 10 minuten rennen?

Natuurlijk probeerde ik een logische uitleg te vinden.
Iets met koude lucht die je slijmvliezen stimuleert of zo?

Maar eigenlijk was het nog veel leuker om over niet logische verklaringen te denken.
Mijn lichaam loost extra ballast zodat het bewegen minder zwaar is?
Door een loopneus te creëren en ik dus telkens met een zakdoekje voor mijn neus loop zorgt mijn lijf er voor dat ik geen koude neus krijg?
Je gaat harder lopen omdat je snel thuis wilt zijn om van dat irritante snuiven af te zijn?

Halverwege mijn wandeling bedacht ik grinnikend dat ik de vraag eens op Facebook ging zetten. Dan konden mijn vrienden zich mee verwonderen.


Maar toen dacht ik aan mijn laatste verwonderende vraag die ik, ik denk een maand geleden of zo, op Facebook had gezet.
En het ‘corrigerende tikje’ dat ik toen van een vriend kreeg.
Iets in de trant van “Val ons niet lastig met domme vragen en zoek het antwoord gewoon op via Google!”
(Ja, zulke vrienden zitten er dus ook tussen ;))

Ja zeker, ik zou de vraag kunnen opzoeken.
Dan hoefde ik mijn vrienden er niet mee lastig te vallen.
Ik kon zelfs het antwoord op Facebook zetten.
Dan kwam ik misschien ook wat slimmer over.

Maar toen bedacht ik twee redenen waarom ik er dit blog over zou schrijven:
Allereerst  gun ik het andere mensen om ook eens stil te staan bij misschien wat onnozelere zaken, dingen die je normaal niet opvallen of die je maar voor lief neemt. Dingen die gewoon geworden zijn of waar je geërgerd over heen stapt.

En ten tweede, volgens mij krijg ik niet eens een antwoord van Google op mijn vraag. Als het geluid kon maken  zou het  me volgens mij vierkant uitlachen als ik typ:
Waarom gaat mijn neus lopen als ik ga rennen?

Ik kon tenslotte mijn eigen gezicht al niet eens strak houden toen ik de zin bedacht.
J





maandag 8 oktober 2018

Raar


Ik ben een raar mens.
Heel vaak begrijp ik mezelf niet eens.
Vandaag was dat weer het geval.
Ik moest er gewoon om lachen.


Het komt misschien niet als een verrassing als ik vertel dat ik gek ben op fröbelen.
Ik haak, klei, vouw, beitel, brand, draai en teken er wat op los.
Als ik iets zie, wil ik het gelijk proberen.
En eerlijk is eerlijk, meestal lukt het ook wel aardig.

Een tijdlang heb ik dan ook fanatiek op Pinterest rond gehangen. Binnen een mum van tijd had ik ontelbaar veel borden met bergen vol hobby-pins.
En niet gewoon om ze te verzamelen, nee, ik ging het ook allemaal doen.
Geweldig!
Tot ik bemerkte dat ik er stress van kreeg.
Ik had zoveel leuke pins verzameld, die ik ook echt allemaal wilde maken, maar waar ik dus geen tijd voor had…
Mijn ogen waren, zeg maar, groter dan mijn… handen J

Dus zit ik nu niet meer zo veel op Pinterest.

Maar ik fröbel nog wel!

Eén van de hobby’s waar ik bij terug blijf komen is tekenen.
Uiteraard kan ik binnen het thema ‘tekenen’ weer geen keuzes maken dus doe ik half en half aan bulletjournaling, dieren tekenen, zentangles, mandala’s, enzovoort, maar het blijft een favoriete bezigheid.
Als ik teken ben ik blij.
Dat klinkt cliché maar het is echt zo.
Ik ben van binnen blij.
Ik voel het gewoon in mijn borstkas.
Zo’n gevoel waarvan je automatisch gaat neuriën.

Die aandacht voor details.
De focus op het hier en nu.
De rust.
Het creëren.

Voor ik begin is er altijd even een gevoel van paniek.
Als ik het nu maar goed doe.
Als ik maar geen fouten maak.
Als ik nu maar de opzet goed maak want anders is de tekening bij voorbaat al gedoemd te mislukken.

Zodra ik echter de eerste streep zet, is dat gevoel van paniek over.
Ik kan ineens iets waar ik de rest van mijn dag vaak moeite mee heb: loslaten!

Ik word ineens een andere mens.
Ik zie wel wat het wordt.
Als een streepje mis gaat, maak ik er wel wat van.
Het hoeft niet perfect!

Toch komt altijd halverwege de tekening even het paniekmens terug.
Ineens weet ik niet of ik nog iets moet toevoegen aan de tekening want misschien verpest ik het daarmee wel weer helemaal. Dan zie ik ook ineens ‘foutjes’ die ik heb gemaakt. Dan weet ik zeker dat het niks is en niks meer wordt en dat ik beter kan stoppen.

Meestal kan ik daarna mijn andere mens gelukkig wel weer terug vinden en maak ik de tekening toch af.
Na afloop heb ik dan nog een kort moment waarin ik geniet van de rust en van wat ik heb gepresteerd.


En dan komt mijn derde mens om de hoek kijken, de criticus!

Want binnen een paar seconden kan ik van rustig, blij, tevreden ineens omslaan in teleurgesteld en veroordelend.
Ik zie alle fouten, alle kromme/scheve/korrelige lijntjes, alle afwijkingen.
Te groot.
Te dik.
Te dun.
Te lang.
Te zwart.
Te wit.
Het liefst wil ik op dat moment mijn tekening gelijk verscheuren en weg gooien.
Ik wil ook niet dat anderen het zien.
Die gaan namelijk ook gelijk zien wat er allemaal mis is aan de tekening.
Op dat moment weet ik zeker dat ik nóóit meer een tekening maak!


Uiteraard heb ik ondertussen geleerd mijn criticus wat meer te negeren en probeer ik blij te zijn met mijn niet-perfecte tekeningen.
Soms durf ik het zelfs aan ze eens te delen op social media.

Dus ja, ik ben een raar mens.
Of eigenlijk drie rare mensen.


Maar wat misschien nog wel het meest vreemd is:
Vandaag kwam ik dus een doodle tegen.
Waarschijnlijk heb ik die ooit tijdens een vergadering gemaakt om mijn aandacht er bij te kunnen houden.
Zo’n klein papiertje dat eigenlijk al in de prullenbak had moeten liggen.
Zo’n tekeningetje dat nergens op slaat.
Het stelt ook niks voor.
Het heeft ook geen emotionele betekenis want ik weet al niet meer waar die uiteraard-zeer-belangrijke-vergadering over ging.

En dát stomme imperfecte blaadje kan ik dus niet weggooien maar wil ik bewaren…
Bij al die andere doodles die ik niet weg kon gooien.

 



















En nou heb ik het ook nog gedeeld...

Raar!






woensdag 5 september 2018

Naaldenprikjes


Ik maak mij zorgen.
Mijn hoofd weet wel dat het er bij hoort.
Mijn gevoel zegt echter dat er iets niet klopt…
Dit kan toch niet de bedoeling zijn?

Ik ben namelijk vandaag weer naar mijn favoriete fysiotherapeut geweest.
Lang geleden heb ik wel eens over hem geschreven. Dat was ergens in 2015. Daarna heb ik hem een hele tijd niet meer gezien maar uiteindelijk kwam ik vorig jaar weer bij hem vanwege een tennisarm. Ondanks het feit dat hij toen een aantal weken met een naald in mijn arm bleef porren, is hij nog steeds mijn favoriete fysiotherapeut.
Toen ik dus mij een tijdje geleden weer bij de praktijk aanmeldde en ik weer bij hem terecht kon was ik helemaal happy.

Gelukkig hoef ik niet vaak naar de fysio. Afgezien van een wat flexibele rug zit ik denk ik redelijk in elkaar. Maar waar de vorige keer de reden van mijn klacht nog geheel buiten mezelf lag (ik was tussen slecht functionerende automatische deuren terecht gekomen en had daardoor een klap op mijn elleboog gekregen), moet ik helaas toegeven dat ik mijn huidige klacht zelf heb veroorzaakt.

Ik durf het bijna niet toe te geven maar ik ben van een podiumpje afgevallen. Een podiumpje van... ik denk nog niet eens een halve meter hoogte?
Mijn voet bleef in het hengsel van mijn tas haken en daar ging ik.
‘Elegant’ omlaag (mogelijk met een waarschijnlijk zeer vrouwelijke ‘whoeoeoe’-kreet maar dat weet ik niet meer zeker), landend op mijn bovenbeen en heup.
Het was ongetwijfeld erg grappig om te zien.
Ja, er waren mensen die hardop moesten lachen.
Sterker nog, ik kon er zelf ook wel om lachen.
Tot ik ’s avonds na het eten bijna niet meer op kon staan.

Na een paar maandjes aanzien bleek dat ik waarschijnlijk een scheur in mijn spier had opgelopen en belde ik toch maar de fysio.

En dus ging ik drie weken geleden weer naar hem toe.
En hij was nog zoals ik me herinnerde.
Rustig, sterk, humor, aandachtig, gezellig maar ook no nonsens en niet van dat zachte, voorzichtige gedoe.

Twee keer masseerde hij de betreffende spier in mijn bovenbeen. Geen heerlijk ontspannende massage maar een oei-ja-daar-doet-het-zeer-massage. Een massage waardoor ik de dagen daarna nog wel een paar keer aan hem dacht als ik bijvoorbeeld de trap op liep of van een stoel wilde opstaan.
Maar je hoorde mij niet klagen.
Ik wist dat het voor een goed doel was.

Maar vandaag verraste hij me.
Aangezien er nog niet zo veel veranderd was stelde hij voor om weer aan dry needling te doen.
En nuchter als ik ben, had ik al ja gezegd voor ik er over na kon denken. Als het daardoor sneller beter gaat is het goed toch?

Toen hij echter mijn been met alcohol afnam en de naald pakte werd ik zenuwachtig.

Wacht!
Dat was toch dat vervelende trekkende gevoel in je lijf waar je geen controle over had? Dat drukkende, soms prikkende gevoel? Dat ongecontroleerde samentrekken van je spier?
En daar had ik net ja tegen gezegd?

Gelukkig begon hij snel zodat ik niet meer terug kon krabbelen.
In het begin ontspannende ik wat, voor zover dat mogelijk was.
Dit viel eigenlijk wel mee.
Het was minder erg dan in mijn arm.
Maar al snel bleek dat hij toen gewoon nog niet helemaal op de goede plek zat…

Langzaam zocht hij telkens een plekje verder omhoog in de spier.
Ik probeerde te ontspannen maar als je spier ineens vanuit zichzelf gaat samentrekken en aanspannen is dat best lastig.
En als het zeer doet is mijn eerste reactie ook vaak vluchten van de situatie.
Maar ik had bewust gekozen voor deze pijn.
Dus moest ik blijven liggen.
Ik ging er zo van zweten dat zelfs mijn bril besloeg.

En als de kers op de taart besloot hij toen nog even mijn bil te behandelen, omdat ik waarschijnlijk ook last had van de aanhechting bij mijn heup.
Hij pakte een andere (langere) naald die hij bewust even niet aan mij liet zien.
En daarna begon hij aan de zijkant te prikken.

Ik weet niet hoe lang het duurde.
Voor mijn gevoel kan het best 15 minuten zijn geweest.
Waarschijnlijk was het veel minder.

Ik weet wél dat achteraf gezien prikken in mijn been echt een eitje was.
Ik weet wél dat achteraf gezien die massage van de weken daarvoor écht wel ontspannend was.
Ik weet wél dat achteraf gezien mijn fysiotherapeut op dat moment even niet mijn favoriete fysiotherapeut was.

En toen was het voorbij.
En kon ik mijn broek weer aantrekken terwijl hij een vervolgafspraak plande.
Maar ik kon bijna niet op mijn been staan.
Mijn bil was in totale paniek.
Sterker nog, toen ik net naar huis liep, liep ik nog slechter dan toen ik naar de fysio ging.
Ik strompelde gewoon naar huis.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Zou hij per ongeluk de naald nog in mijn bil hebben laten zitten?


Ik zal het hem volgende week eens vragen J





vrijdag 10 augustus 2018

Discriminatie


Ik durf het bijna niet te zeggen maar… ik voel mij gediscrimineerd!
Ik weet het, een beladen woord.
Ik had natuurlijk ook kunnen zeggen ‘achtergesteld’ maar dat dekt de lading van mijn gevoel niet helemaal.
Ik ben namelijk behoorlijk gefrustreerd.
Verdrietig.
Boos.
Ontmoedigd.
Het is gewoon niet eerlijk!

Ik zal het maar gewoon zeggen:
Ik voel mij gediscrimineerd door de NS!

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik het komende jaar een opleiding ga doen. Daarvoor moet ik eens in de twee weken een dag naar Utrecht.
Hoewel ik met de trein in theorie er iets langer over doe om in Utrecht te komen, prefereer ik die toch boven de auto omdat in de praktijk de auto in de spits langer stil staat dan rijdt op weg naar Utrecht.
(Ik zal hier niet beginnen over de discriminatie van heel Brabant doordat er geen fatsoenlijke wegennetwerk is om Brabant uit te komen…)

In mijn zoektocht om de opleiding niet nog duurder te maken bekeek ik bij de NS de abonnementen. Voor mij zou Dal Voordeel perfect zijn geweest… ware het niet dat ik voor mijn opleiding om 8.30 uur zou moeten vertrekken. De daluren gaan in om 9 uur. Het vreemde is echter dat ik net na 9 uur een overstap moet maken op een andere trein.
In al mijn onschuld vroeg ik dus de klantenservice van de NS of ik dan vanaf die nieuwe trein wel met 40 % korting kon rijden. Dat leek mij toch heel logisch.
Dit bleek echter niet het geval. De begintijd van je reis was leidend voor de kosten van je héle reis. Theoretisch zou het dus zo kunnen zijn dat je de trein van 8.59 uur zou nemen, je daarna nog 2 uur reist naar de andere kant van Nederland en je dus nog 2 uur lang het volle tarief betaalt.

Ik dacht serieus dat de chatmeneer of mevrouw van de klantenservice een foutje maakte.
Ik vroeg nog specifiek of het klopte. Ik zou toch ook gewoon op het tussenstation kunnen uitchecken en dan weer kunnen inchecken? Dan had ik alsnog het goedkopere tarief.

Helaas. Dit bleek niet te kunnen.
Er bestaat dus een maatregel dat je 35 minuten na het uitchecken pas weer kunt inchecken met het nieuw tarief…
Een totaal onlogische manier van werken!
Behalve natuurlijk als het bestaat om een totaal onlogische regel in stand te houden!

Dus…
Ik voel mij gediscrimineerd!

Want stel nu dat ik zo’n dalurenabonnement zou nemen.
En stel dat ik om 8.30 uur de trein neem.
Dan stap ik straks over na 9 uur in een nieuwe trein.
Op dat station waar ik overstap stapt ook iemand in met een dalurenabonnement. Die persoon betaalt het dalurentarief voor dezelfde trein waar ik duur in zit te rijden.
Dat kan toch niet zijn?!
Dat is toch niet eerlijk?
Het is toch dezelfde trein?
Waarom mag die ander daar dan wel goedkoper in rijden?
Discriminatie!

En geloof me,
Ik heb nagedacht over alternatieven.
Helaas is er geen concurrent van de NS.
De auto is nog een drama rond die tijd (en dan heb ik het nog niet over parkeren in Utrecht).
En ik geloof niet dat die opleiding wil verhuizen naar Brabant…

Iemand nog een suggestie?




woensdag 2 mei 2018

Tuinieten


Ik vind een tuin geweldig leuk.
Ik vind een moestuin nog leuker.
Maar die laatste hebben we niet.
Gelukkig!

Wat ik leuk vind aan een tuin zijn de bloemen en planten. En dat je heerlijk in de zon of schaduw kan gaan zitten en dan ziet hoe de bijtjes en vlinders de bloemen op zoeken. Of dat je gewoon aan tafel gaat tekenen, of ieder ander soort hobby die je kunt doen zonder dat alles weg vliegt als de wind op komt zetten. Helemaal tot rust komen in een klein stukje aangelegde privé natuur.

Waar ik niet van houd bij tuinen is het onderhoud.
Helaas is het zo dat als je van mooie planten en bloemen wilt genieten, je regelmatig de tuin in moet om te knippen, vegen, harken, scheppen, water geven, mesten, …
En dat is nou zo jammer!
Want als ik iets niet doe, is het dat.

Nu zou je zeggen dat het niet zo’n opgave moet zijn om onze tuin bij te houden. Hij is niet zo groot en alleen langs de kanten staan plantjes.
Maar zelfs dat is al een uitdaging voor mij.
Sinds we in dit huis zijn komen wonen zoek ik al planten waarbij je zo min mogelijk hoeft te doen. Ging er een dood omdat hij meer verzorging nodig had, was dat pech voor de plant. Dat soort kwam niet meer terug in onze tuin!

Eens in de zoveel tijd krijg ik het echter toch even op mijn heupen. Dan heb ik lang genoeg mezelf verweten dat ik te weinig doe. Dan zie ik gloednieuwe stukjes plant die zelfs boven de 10 centimeter hoge dode bladerenlaag uit proberen te komen en loop ik toch in mijn sportkleren naar buiten.
De tuinhandschoenen gaan aan.
Mijn haar opgebonden.
Mijn voeten zwetend in mijn crocks.

Zo ook vandaag.
Vandaag was het de pioenroos die me naar buiten lokte. Het feit dat die mooie plant in mijn tuin bleef terugkeren moest toch een teken zijn!
Vol goede moed begon ik in de hoek van de passiebloem met opruimen. Ik haalde alle oude takken weg en knipte ook gelijk maar de nieuwe delen er af die alweer begonnen waren te groeien. Terwijl ik de oude takken bij elkaar greep en begon te trekken kwamen ze los van het hekwerk waar ze tegenaan waren geklommen.
Ik hoorde een luide tik en wist dat dit geluid hier niet hoorde. Ik keek omlaag, zag niks, keek weer omhoog en zag vervolgens de muur achter het hekwerk. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er zeker 20 slakken op de muur zaten. Van kleine babyslakjes tot grote dikke opaslakken (geen idee hoe je het geslacht ziet maar ik vond het een echte opa).
Een hartgrondige “Iey” kwam over mijn lippen.
Niet omdat ik bang ben voor slakken. Helemaal niet.
Maar 20?
“Iey!”

Na regelmatig heen en weer lopen naar de groenbak was de passiebloem geknipt en waren de slakken verhuisd. Toen was het tijd voor de verzameling potten die voor de border stonden. Uiteraard waren er weer veel plantjes overleden dus besloot ik rigoureus alles weg te gooien wat er dood uit zag. Ik had er een aardig tempo in en gooide zelfs de plastic potten af en toe in de grijze container ernaast.
Opruimen, heerlijk!

Toen ik bij de vorig jaar gekochte groene buitenpotten kwam bleek helaas de minihortensia ook overleden. Ik bedankte in gedachte de vriendin die hem had gegeven, trok de plastic pot met aarde en al er uit en mikte alle inhoud in de groenbak. In de groene pot bleek nog wat water te staan en onderin zat ook een laag aarde en blaadjes.
Toen ik echter de pot half omkeerde om het water er uit te laten lopen begon ineens die donkere aarde te bewegen. Onderin bleek een joekel van een spin te zitten.
Nu weet ik dat ik wat betreft spinnen nog wel eens kan overdrijven maar dit was echt een jumbo exemplaar!
Een gilletje kon ik niet tegenhouden.
Tegelijkertijd gooide ik de pot van me af en stond vervolgens nog 5 minuten te mopperen (Iets in de trand van “O ja hoor, heb ik dat weer, gatverdarrie, rotbeest, brrr, enz).

Ik besloot deze pot over te laten aan mijn lief en ging naar een emmer waar ook een laag water in zat. In het water stond een lege pot. Snel haalde ik hem er uit zodat ik het water uit de emmer kon halen. Toen ik de pot in de zon wilde zetten om hem te laten drogen bleek er echter vlak bij mijn  handschoen een enorme eh… watermug te zitten.
Nou ja, goed, ik weet niet hoe het heet maar zo’n enorme mug met grote poten die je bij het water vindt… een watermug dus.

Opnieuw ontsnapte mij een kreun/afgrijzen-achtig geluidje en ik had opnieuw een werkje voor mijn lief gevonden.

Dan besloot ik maar de dode bladeren weg te halen. Eerst met veger en blik en het laatste stukje met de handschoenen en een harkje.
Spinnen vluchtten onder mijn handen.
Wormen kronkelden.
Een tor ‘sprong uit mijn handschoen’.
En er waren nog meer slakken.
Heel veel slakken.

De maat was vol!
Mijn ongedierte alarm stond te loeien!
Ik gooide de stoffer en blik de schuur in. Smeet mijn handschoenen weg en duwde resoluut de deksel van de groenbak dicht.

Voor het naar binnen gaan deed ik een grondige ongediertecheck:
Niks op handen of armen?
Niks op mijn shirt?
Benen, broek?
Haren schoon?

Met een gerust hart kon ik binnen mijn handen en armen gaan wassen en op een schone stoel achter een schone computer in een schone kamer gaan zitten.
Nou ja, een soort van schoon dan want een poetser ben ik ook al niet…



Ik ben gek op een tuin.
Ik vind een moestuin geweldig.
Maar die laatste hebben we gelukkig niet.
Want stel je toch eens voor dat ik wekelijks met al dat ongedierte zou moeten omgaan!



maandag 9 april 2018

Hummeltje, frummeltje



Afgelopen week mocht ik op bezoek bij een pasgeboren baby.
Ik zeg bewust ‘pasgeboren’ omdat dit echt nog zo’n hummeltje was. Zo’n bolletje kind dat precies met haar billetjes op de hand van mama kan hangen als ze tegen haar moeder aanligt.

Ze was precies twee weken en ze was perfect!

Iemand vroeg mij vooraf of ik het er niet moeilijk mee zou hebben om op bezoek te gaan.
Ik heb namelijk zelf geen kinderen en zal ze ook nooit krijgen.
Dat is geen keuze maar een feit.
En dat is pijnlijk.
Er zijn veel momenten dat ik het er (nog steeds) moeilijk mee heb.
Natuurlijk leer je er mee leven maar er blijven van die situaties komen dat je ineens getriggerd wordt.
Een feestdag.
Onverwachts langs een schattig rompertje lopen in een plaatselijke winkel.
Halverwege de zoveelste babyaflevering op TLC.
Als je tijdens het oppassen op je nichtje haar slaapdronken uit het ledikantje haalt.
Of gewoon ’s avonds in bed.

Soms is het een steek in je hart, soms een ik-kan-niet-meer-stoppen-huilbui.

Maar als ik op kraambezoek mag, heb ik dat dus niet.
Want als ik op kraambezoek mag, ben ik vooral heel blij voor de ouders.
Als ik op kraam bezoek mag, kan ik alleen maar vertederd naar zo’n prulletje staren.
Als ik op kraambezoek mag, gaat het niet over mij.

Dus zat ik afgelopen week te genieten van twee blije, dankbare ouders en van hun nieuwe aanwinst die de meest schattige gezichtjes kon trekken.
Ik was op bezoek met nog twee andere mensen en we hadden al een tijdje gezellig zitten kletsen over weeën, uitscheuren en babypoep toen de mama ineens vroeg of iemand het frummeltje wilde vasthouden.
De bezoeker tegenover mij begon gelijk heel blij te knikken maar keek vervolgens vragend naar mij of ik eerst wilde. Nonchalant lachend gaf ik aan dat ik haar niet vast hoefde te houden.
Terwijl de ander mij verbaasd aankeek was ik in mijn hoofd al aan het uitleggen waarom ik dat niet wilde. Het had niks te maken met mijn geschiedenis, met mijn gemis. Het ging om de ontwikkeling van dat nieuwe meisje.

Ik vind het namelijk onzin om zo’n klein mensje uit dat lekkere warme bedje te halen alleen omdat wij onszelf goed willen voelen.
Alleen omdat wij fijne stofjes in onze hersenen willen aanmaken.
En daarnaast vind ik het ook voor een kindje helemaal niet goed als het gelijk al in zoveel vreemde handen moet. Laat het eerst maar goed de veiligheid bij de eigen ouders ervaren.
En als je het kind dan eenmaal vast hebt, kan je eigenlijk ook niks anders dan kijken hoe het verder slaapt.
En genieten van de warmte.
En zelf rust naar haar uitstralen.
En liefde…

Terwijl het frutje in de armen van de andere bezoeker lag, slikte ik snel wat tranen weg.
Grappig toch, hoe je jezelf na zoveel jaren nog steeds voor de gek kunt houden!


De rest van de tijd was verder weer gezellig en verwarmend.
Opgelucht ging ik naar huis.
Ik geloofde niet dat de ouders last hadden gehad van mijn tijdelijke inzinking.
Want dat zou ik heel vervelend hebben gevonden.
Niet alleen omdat mensen anders misschien gaan denken dat ze mij in het vervolg ‘in bescherming’ moeten gaan nemen door me niet meer te confronteren met dit soort situaties, maar vooral omdat ik niet wil dat tijdens zo’n mooie, wonderlijke tijd de ouders moeten nadenken over ‘de andere kant’.


Ik denk dat de ouders een geweldige papa en mama zijn.
Ik weet dat ze dankbaar zijn.
Ik hoop dat ze heel veel en heel lang mogen genieten van hun gezinnetje.
Ik wens ze alle geluk en liefde met hun, nu al, indrukwekkende meisje!


Afgezaagd, ik weet het, maar daardoor niet minder waar!



dinsdag 6 maart 2018

Dansen is gezond


Dansen is gezond.
Ik weet het zeker!

En nee, dan doel ik niet op lichamelijk dingen zoals transpireren, het uithoudingsvermogen vergroten of het kweken van spieren.
Ik bedoel geestelijk.
En ja, dus daardoor eigenlijk ook wel weer lichamelijk…
Dansen maakt een soort stofje in de hersenen aan waardoor je je ineens veel beter gaat voelen.
Ik heb het bewijs!

Gisteren was ik namelijk zwaar op de hand.
Ik had mijn dag niet, leek wel licht depressief.
Het was zo’n dag dat ik niet van de bank kon komen.
Zo’n dag dat alles hard binnen komt.
Zo’n dag dat alles gedoemd is te mislukken.
Zo’n dag dat de dood van de vrouw van de baas van de BAU in Criminal Minds me in een ontroostbare huilbui kan storten.

Maar toen ging ik buikdansen.
Het enige zinnige waar ik me die dag toe kon zetten.

Op de heenweg skipte ik in de auto nog hardnekkig naar tranentrekkende nummers op mijn mp3 speler.
Maar eenmaal daar was ik ongekend snel mijn slechte dag vergeten.
Al dansend verdween mijn zware bui als sneeuw voor de zon.

Nou ja, ….
De drills maakten me eerst nog wel wat onzeker.
Dat heb ik meestal.
We doen namelijk aan het begin van de les, na het opwarmen, nog wel eens oefeningen waarbij we een bepaalde bewegingen herhalen. Meestal zet ik die in het begin wel goed in maar dan wil mijn hoofd het gaan overnemen.
En dat werkt dus niet.
In ieder geval niet voor mij.
Ineens is die herhalende beweging niet meer vloeiend en moeiteloos maar lastig en onmogelijk.

Maar eerlijk is eerlijk, ook bij de drills werd gisteravond mijn humeur al beter.

De juf zette namelijk een reeks bewegingen in op snelle Arabische muziek.
Onderbuikspieren intrekken.
Bovenbuikspieren intrekken.
Borst naar voren.
Ontspan.
En herhaal!
Na wat oefenen voor de spiegel besloot de juf de uitleg te verfijnen.
Bij het intrekken van de bovenbuikspieren was het niet de bedoeling dat we nog verder in elkaar krompen. De onderbuik moest stil blijven. De beweging moest (zoals bij buikdansen de kunst is) geïsoleerd worden uitgevoerd. Als een deel bewoog, bleef de rest stil.
De juf deed het voor en inderdaad, het leek of haar lijf uit allemaal segmentjes bestond die afzonderlijk van elkaar konden bewegen.
Mooi!

Toen wij het vervolgens weer zelf moesten proberen kon ik niet anders dan heel hard om mezelf lachen in de spiegel.
Het was een mooie theorie… maar bij mij onmogelijk!

Waar bij de juf over haar hele lijf spieren te zien waren die afzonderlijk bewogen was bij mij ….
Ehhh nou ja die spieren had ik dus ook wel, maar dan verstopt onder 3 lagen vet ofzo J
Als bij mij iets bewoog, drilde de rest gewoon mee.

Maar goed, toen we eenmaal de dans gingen herhalen ging mijn hoofd weer meer op uit.
De muziek, de bewegingen.
Ik voelde de rust door mijn lijf trekken.
Toen we een nieuw stukje moesten leren kwam weer even de perfectionist om de hoek kijken maar het plezier overwon het. Voor een eerste keer ging het ook best aardig dus ik voelde me goed over mezelf.

Geen doemdenken meer.
Geen mislukking.
Geen tranen.
De dag was weer goed.

Maar bij de afsluiting kreeg ik toch echt de kers op de taart.
Daar ging ik van totaal relaxed naar totaal in een deuk.

We eindigen altijd met een afsluiting in een kring.
We maken rustige, strekkende bewegingen waarbij je bewust ademt.

Gisteravond hingen we, zoals wel vaker, allemaal met het bovenlijf voorover richting de grond.
Een heerlijk moment omdat dat het enige moment in de week is dat er ergens bovenin mijn rug, tussen de schouderbladen, iets los schiet (Neehee, ik hou echt geen spanningen in mijn rug vast J).

Nu zat gisteravond de juf echter ineens op haar praatstoe… eh praat… hangmat?
Waar we normaal stil ademend uitrekten begon ze nu ineens voorstellen te doen.
Beleefd opgevoed als we zijn probeerden we haar met opgetrokken hoofd aan te kijken maar tegelijkertijd ook ontspannen met het bovenlijf heen en weer te zwaaien van been naar been…
Zonder te lachen!
De juf had zelf ook door hoe grappig de situatie was en stelde voor dat we dan maar allemaal met de billen naar de binnenkant van de kring moesten draaien zodat we door de benen heen naar elkaar konden kijken. En natuurlijk deed ze dit prompt voor en zelfs daarin zagen haar bewegingen er geweldig uit.

Ik moest opnieuw grinniken.

Ook dit hoefde ik niet proberen na te doen.
Met mijn drie lagen vet ben ik al blij als mijn handen in de buurt van de grond komen, laat staan dat mijn ogen onder mijn borsten door tussen mijn benen door kunnen kijken (nadenkertje!).
En dan spreek ik nog niet eens over de knalrode kop die ik daarvan krijg.

Als ik dat had geprobeerd was de hele groep waarschijnlijk niet meer bijgekomen!


Maar goed, waarom ik dit hele verhaal hier schrijf?
Om mijn punt te maken:


Dansen is gezond.
Dat zei ik toch!



donderdag 4 januari 2018

Appelspin

Ik weet het: de meest effectieve manier om een spin weg te krijgen is om hem rustig met een papiertje op te pakken, dan bij voorkeur kalm dood te knijpen zodat hij zeker niet meer terug komt en dan op je gemak hem weg te gooien in de container in de tuin (voor het geval je net niet hard genoeg geknepen hebt).
Dat werkt.
Ik weet het.

Dat is echter niet wat ik deed vanmorgen toen ik de groente en het fruit ging opruimen die lief gisteren had gekocht en die dan standaard op het aanrecht blijft liggen tot het ‘vanzelf’ de groentela in kruipt.

Nee, vanmorgen was ik alles behalve rustig, alles behalve kalm.

Ik had niet zo goed geslapen en was al voor de wekker beneden.
Hoewel ik me opnieuw had voorgenomen de groente te laten liggen tot het zo lang op het aanrecht lag dat het zelfs lief ging irriteren, besloot ik toch maar op te ruimen.
Ik pakte net 6 appels uit toen er ineens iets begon te bewegen.

Je kent die filmpjes misschien wel waarbij er ineens een exotische spin uit de bananentrossen komt kruipen?
Nou, dat kan dus ook met appels.
Het zwarte beest, met van die dikke poten, sprong tussen de appels door het aanrecht op.
Ondanks mezelf gaf ik een gil.
Natuurlijk liep het direct naar de groente die nog achter de appels lagen en verschool zich tussen de bloemkool en wortels.
Met gevaar voor eigen leven begon ik groente weg te halen om in ieder geval maar zicht te houden op het beest.
De flower sprouts zaten in een papieren zak en voor de zekerheid frommelde ik die sterk dicht ( je weet natuurlijk nooit of daar ook nog iets uit komt).
Nadat de sprouts, de spruiten en de bananen van het aanrecht waren volgde de krop sla (gelukkig ingepakt).
Elke groente verdween met de nodige gilletjes en zuchten.
En dan praten we nog niet over de haartje op mijn armen en de rillingen.

Halverwege de groente kreeg ik het ondier in de gaten.
Het had zich verstopt achter de dop van het flesje met limoensap.

Je kent die flesjes wel: druppelvormig met een slank draaidopje.
Zo’n flesje dat je in de koelkast hebt staan omdat je niet altijd verse limoenen in huis hebt.

(De spin was zo groot dat hij zich achter het dopje kon verstoppen.)


Op dat moment kwam de held in mij naar boven.
Lief lag nog boven in zijn bed te slapen dus ik moest het alleen oplossen.
In een vlaag van totale verstandsverbijstering greep ik het flesje … met twee vingers aan de tegenovergestelde kant van waar de spin zat… en verplaatste het een meter opzij naar de gootsteen. Ik wilde het flesje ín de gootsteen gooien en dan de kraan hard aanzetten om de spin weg te spoelen.
Met opnieuw een gil (sorry lief!) ontdekte ik na 30 centimeter dat er in de gootsteen nog wat yoghurt lag dat ik wilde weg spoelen dus kon ik het flesje daar niet ingooien…


Ehhh
Flesje in yoghurt
Kan niet!
… Niemand heeft gezegd dat ik logisch ben hè.

Maar goed, ik zette het flesje dus naast de gootsteen, spoelde vervolgens de yoghurt weg, ondertussen mijn ogen bijna niet van de spin afhalend.
Gelukkig bleef het ondier zitten.
Toen de gootsteen leeg was haalde ik het zeefje weg dat normaal grof vuil tegen houdt.

Na mezelf nog eens streng te hebben toegesproken pakte ik vervolgens het flesje op een gooide het in de gootsteen.

En daar gaat het dan mis hè.
Want gooien is niet rustig.
Gooien is niet kalm.
Gooien is vlug en snel.
En als je een flesje met opgeplakte spin vlug en snel weg gooit ben je even het contact kwijt.
Weet je even niet meer waar de spin gebleven is.

Ik zette snel de kraan aan en spoelde over het flesje en langs de wanden.
Ik liet daarna de kraan nog 5 minuten lopen voor de zekerheid.

Maar toen kwam de twijfel.

Want was de spin niet in dat kleine moment dat ik even het contact verloren had, van de fles gesprongen?
Misschien zat hij nu wel verstopt achter de zeepfles.
Of in de afwasborstel.
Achter de spons.
Of op mijn shirt.
In mijn haar?

Of misschien had ik hem wel weg gespoeld maar kwam hij nu via die gleufjes bovenin de wasbak weer terug naar buiten…

Sterker nog, terwijl ik dit schrijf voel ik hem volgens mij in mijn nek kriebelen!


Ik denk dat ik maar even de nieuwe elektrische vliegenmepper, een hele keukenrol en een schoen ga pakken.
En misschien dat ik me ook nog maar even omkleed!