dinsdag 1 december 2015

Het wafelijzer

Normaal heb ik geen moeite met vroeg opstaan en ontbijt/lunch maken voor mijn lief en mij.
Vandaag is daar een uitzondering op.
Vandaag ben ik chagrijnig!

Elke ochtend sta ik voor 6 uur ’s ochtends al in de keuken te snijden, mixen en bakken.
Ik doe dat met plezier omdat ik heb gemerkt dat ons eten veel lekkerder is dan brood. En dat ik er goed op draai!
Dus sta ik wortels schoon te maken voor tussendoortjes, maak ik fruitpap, haal ik een paleobrownie uit de vriezer, hussel ik lunchsalades, rooster ik amandelen of bak ik paleopannenkoeken.

Alleen soms krijg ik het op mijn heupen. Dan bedenk ik, als ik mijn weekplanning maak, dat het leuk zou zijn om de pannenkoek eens in de vorm van een wafel te maken.
Ziet er toch leuk uit als lief zijn trommeltje open maakt op zijn werk en er hartjesvormige wafels uithaalt met een bakje perenmoes?
In theorie wel ja!
In de praktijk doe ik op dinsdagochtend in de keuken mijn wafelijzer aan op het moment dat lief nog onder de douche staat. Terwijl het lampje op rood springt begin ik aan het maken van het beslag. Omdat ik daarna nog tijd heb, zet ik de radio aan en vul onze ontbijtkommetjes met yoghurt.
Lief is ondertussen schoon en fris en komt al naar beneden.
Aangezien het lampje nog rood is, snij ik de peer in stukjes terwijl hij de vaatwasser uitruimt.
Ik maak een grapje over het een of ander.
Ik zie nog steeds geen groen en doe de zelfgemaakte muesli bij de yoghurt terwijl hij de brownie, perenmoes en komkommer in bakjes doet.
Dan gaat hij alvast alleen aan tafel zitten om te ontbijten.
Mijn voet begint nu lichtelijk geïrriteerd te tikken op de vloer.
Ik weet dat als het te lang duurt mijn lief misschien in de file komt te staan.

Gelukkig springt dan het lichtje van het wafelijzer eindelijk op groen.
Terwijl mijn lief al halverwege zijn yoghurt is, heb ik de eerste beslag er in gedaan. Het ijzer begint enorm te stomen en te sissen. Een straaltje beslag loopt er tussenuit.
Verdorie, te veel beslag er in gedaan!
Normaal kan ik daar wel om lachen maar nu bezorgt het me een rode blos op de wangen. Ik heb hier geen tijd voor!
Iets te snel open ik het ijzer en zie een volledig ondergelopen wafelijzer. Het beslag is bijna gaar maar heeft totaal geen vorm meer. Snel doe ik het weer dicht en neem me voor om de volgende keer iets minder te doen.
Natuurlijk heb ik geen geduld en haal de wafel nog bleek uit het ijzer. Maar ach, het is wel gaar en voor de kleur hoef ik het niet te doen want het ziet er toch niet uit met die rare vorm.
Snel een tweede portie er in, toch zeker een lepel minder dan ik net deed.

Ik ga snel aan tafel zitten bij mijn lief. Ik neem een hap en probeer mijn irritatie opzij te zetten om gezellig te kunnen kletsen. Halverwege een zin van hem sta ik echter alweer op om naar mijn ijzer te kijken.
De wafel is al klaar maar ziet er opnieuw niet uit. Nu heb ik er te weinig beslag in gedaan en lijkt het een soort herfstblad met gerafelde randjes.
Mijn humeur wordt minder en minder maar ik wil de dag positief starten en in het kader van drie maal is scheepsrecht gooi ik opnieuw het ijzer vol. Niet te veel, niet te weinig. Nu moet het lukken!

Niet dus!
Er komt een redelijk hartjesvormige wafel uit maar op sommige punten zitten rare bobbels langs de randen. En als ik die probeer weg te snijden, scheur ik de rand kapot.

Totaal gefrustreerd vul ik opnieuw het ijzer waarbij ik nu probeer met de lepel de vorm helemaal uit te strijken en doe ik heel voorzichtig pas de deksel dicht als ik denk dat de onderkant al wat stolt.
Het ijzer stoomt nu niet.
Er komt ook geen straaltje beslag uitlopen.
Sterker nog, het ijzer doet helemaal niets meer…
Nu pas zie ik dat het lichtje weer op rood staat.
Lief staat ondertussen ook naast me in de keuken. Hij moet eigenlijk weg.
Niet dat hij dat zegt hoor, of mij een verwijt maakt.
Nee, hij staat gewoon heel geduldig naast me en opent eens het ijzer.

De wafel is nog volledig bleek. Ok, de vorm is nu beter, het is niet uitgelopen en je ziet zowaar een hartjesvorm. Alleen lijkt hij niet gaar.
Dus gaat het ijzer weer dicht. En weer open. En weer dicht. En weer open…
Te laat bedenk ik me dat ik nu zo weinig beslag in het ijzer heb gestopt dat het de bovenkant van het ijzer niet meer raakt…

En nog hoor je lief niet klagen als ik de te bruine wafel in zijn trommel gooi leg.
Ja, mijn lief is een schat!
Dus kus ik hem gedag, wens hem vrolijk een goede dag toe.
Neem een hap terwijl hij de voordeur achter zich dicht trekt…

En scheld vervolgens het wafelijzer volledig uit voor alles wat maar lelijk is.

... 

Ik heb een vriendin die zegt wat neurotisch/OCDerig te zijn. Zij kan zich storen aan de meest kleine afwijkinkjes. Ik begin nu te twijfelen of die aandoening niet besmettelijk kan zijn.
Ik weet dat de wafels lekker smaken… maar met gehavende hartjes kan ik echt niet leven!

Ik wil een nieuw wafelijzer!



vrijdag 16 oktober 2015

Bruce

Ik hou er niet van om tussen de mensen te rennen.
Dat heb ik misschien al eens eerder verteld.
Als ik tijdens het lopen anderen tegenkom ga ik me ineens druk maken over wat die anderen denken. Voor ik het weet loop ik ineens te hard (wat een ‘echte’ hardloper zou doen), wil ik te soepel lopen (ja, geloof me, dat kan echt) of probeer ik een neutraal gezicht op te zetten (waarbij mij ogen níet wanhopig staan omdat ik het niet denk te halen, mijn wangen níet knalrood zijn en er géén zweet over mijn gezicht loopt)…
Ik loop gewoon liever alleen!

En dus wandelde ik vanmorgen een eindje verder om niet over straat maar toch een bos in te rennen ook al had het geregend.
In eerste instantie leek het een goed idee. Het was al goed licht, er was geen mens te bekennen en het pad leek goed begaanbaar.

Ik begon aan mijn eerst interval. Zoals gewoonlijk zette ik een te enthousiast vaartje in maar dat kon mij niet schelen want Bruce zong mij toe dat we ‘born to run’ waren.
Op een splitsing besloot ik het ruiterpad te nemen omdat het wandelpad vol plassen lag. Aangezien het een last minute beslissing was gooide ik ineens mijn lijf elegant opzij waarbij ik bijna een echte renner uit zijn schoenen botste die achter mij bleek te lopen en wel rechtdoor wilde.
Nadat de renner binnen een mum van tijd uit het zicht verdwenen was ploeterde ik door met mijn volgende interval. En terwijl Bruce was begonnen aan de Thunder Road kwam ik mijn eerste plassen tegen.
Mijn humeur maakte een duikeling. Die eerste minuten hardlopen voelen altijd al zo zwaar en als ik dan ook af en toe door de struiken moet om de plassen te ontwijken…
Ik probeerde me weer te focussen op Bruce. Met de Badlands mee neuriënd en kreunend (ik kwam tot de ontdekking dat ik deze tekst helemaal niet zo goed ken) begon ik wat om de plassen heen te kronkelen. De lol kwam weer om de hoek kijken en slingerend en bijna dansend volgde ik het pad. Ik was zo in mijn nopjes dat ik zelfs op een zijweggetje een bergje op sprintte.

Op een volgende kruising nam ik een afslag.
In mijn ooghoek zag ik opnieuw twee renners aankomen. Even niet dansen dus! Sterker nog, ik hoorde Bruce al bijna niet meer. Hopelijk zouden die mensen mij snel inhalen en was ik weer alleen met mijn jaren 80 vriendje…
Maar ze kwamen dus niet. Ik dacht dat er geen mens in de wereld was die zo langzaam liep als ik maar kennelijk waren deze mensen van mijn niveau.

Op het moment dat ik misselijk werd, zag ik mijn vergissing pas in: Ik was zelf ineens heel hard gaan lopen. Nadat ik de mensen had laten inhalen ( die nog even vriendelijk achterom keken om mij een goede morgen te wensen) probeerde ik mezelf niet te vervloeken en zocht ik Bruce weer op.
Naarmate de intervallen elkaar opvolgden vond ik hem en mijzelf weer.

Natuurlijk kwam ik nog meer mensen tegen. Kennelijk worden honden gedurende de hele dag uitgelaten en vinden andere renners het helemaal niet erg om door de plassen te lopen.
Ik werd er wel wat makkelijker in om met anderen om te gaan.
Bij de eerstvolgende ging ik zelf te langzaam lopen (ja, ik ben tegendraads) maar de daaropvolgenden kon ik gewoon groeten en verder negeren.
Die mensen maakten het me ook wel makkelijk hoor. Ze keken helemaal niet speciaal naar mij. Er kon meestal net een groet af en verder werd je genegeerd.

Nee, dan de schapen die in de hei stonden waar ik langs liep!
Zodra ik de hoek omkwam draaiden ze als 1 schaap hun kop naar me om. Relaxed kauwend bleven ze me vervolgens aanstaren terwijl ik mijn zoveelste ‘snelle’ interval afwerkte.
Ze zeiden niks maar ik wist gewoon dat er in die kopjes van alles werd gedacht.
Zouden ze me vergelijken met andere sporters die langs kwamen? Dat ze inwendig dubbel lagen om mijn tempo? Of zou in hun ogen eigenlijk alles snel zijn?
Of zouden ze zich afvragen waarom die rare wezens toch allemaal voorbij kwamen alsof ze achterna gezeten werden?
En waarom ze dan niet al hun vier poten gebruikten wat toch zeker meer snelheid moest opleveren?
En waarom dit exemplaar niet doorhad dat ze eigenlijk helemaal niet gemaakt was om sneller te gaan dan een drievingerige luiaard?

Ineens vond ik schapen helemaal niet meer zulke leuke dieren.

Ik hou er niet van om tussen mensen te rennen.
Maar ik hou er nog minder van om tussen schapen te rennen!




dinsdag 6 oktober 2015

Hobbyclubje

Afgelopen weekend had ik met mijn hobbyclubje een fotodag.
Vooraf zag ik enorm op tegen de dag. Het idee was namelijk dat je van wildvreemde mensen foto’s zou maken. Aangezien dat nogal onbeleefd is, moest je natuurlijk wel toestemming aan ze vragen. En daar ging het voor mij dus mis…

Het idee dat ik mensen moet lastigvallen, dat ik ze moet vragen of ik zo’n enorme lens in hun gezicht mag drukken, stond me behoorlijk tegen. Waarschijnlijk heeft dat alles te maken met het feit dat ik zelf niet graag op de foto sta. Iets in de trant van “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”.

Verschrikkelijk vind ik het altijd als je net gezellig met vrienden iets aan het doen bent en iemand trekt opeens een camera uit de tas. Waar ik voorheen al mijn aandacht op mijn vrienden kon richten, is dan continue een deel van mijn brein bezig met het registreren van waar de camera is en wat ‘ie doet. Het liefst loop ik dan even naar het toilet of ga afrekenen of zo maar in de loop der jaren heb ik geleerd dat andere mensen het ook wel eens leuk vinden om míj op een foto terug te zien.
En dus blijf ik zitten wiebelen.
Probeer niet de hele tijd naar de camera te kijken wat dus niet lukt.
Lach om de grapjes die worden gemaakt met een glimlach die net niet meer echt lijkt.
En troost me met de gedachte dat ik de foto’s zelf echt niet hoef terug te kijken.

Natuurlijk kijk ik de foto’s later wel terug.
In eerste instantie zie ik dan niet meer terug hoe gezellig de omgeving was, hoe aangenaam het gezelschap, hoe leuk de bezigheid. Ik zie dan alleen nog maar alles wat ik aan mezelf niet goed vind.
(En als ik een goede dag heb verzin ik terplekke nog wat extra minpuntjes aan de hand van de foto’s.)
Gelukkig wordt dat negatieve minder naarmate ik de foto’s meer heb gezien of de tijd verstrijkt. Uiteindelijk blijft de leuke herinnering hangen en geniet ik alleen nog maar van het moois dat ik toen mocht meemaken.

Vrienden die dit lezen zullen nu wel hardop zitten te lachen. Want het stomme is dat ik zelf vaak degene ben die onverwachts een camera uit de tas haalt.
Ik roep dan altijd lachend dat het is omdat ik anderen voor wil zijn: “Ik sta er liever achter dan er voor” of “Als ik de camera vast heb, kan niemand mij er op zetten.”
Maar eigenlijk doe ik het om een andere reden.
Ik wil herinneren.
Of het nu om mooie plaatjes gaat (een bij op een bloem, een zonsondergang, een mistflard) of om lieve mensen (familie, vrienden, kinderen), ik wil ze vastleggen zodat ik het nooit meer vergeet.
Om al die momenten tot in eeuwigheid te kunnen behouden, schiet ik plaatje na plaatje.
Mocht de interne harde schijf in mijn hoofd het niet meer aankunnen, hebben we altijd de foto’s nog.

En aangezien het foto’s van anderen zijn, hoef ik me ook niet te ergeren aan onvolkomenheden.


Hoe de fotodag afliep? Het was een geweldige ervaring. Doordat we in een groep liepen accepteerden mensen gewoon dat we foto’s maakten van jan en alleman. En degenen die ik vroeg, reageerden over het algemeen heel lief. Sommigen namen zelfs de tijd om een gezellig praatje te maken over hun eigen ervaringen met foto’s maken.

En die ene chagrijnige meneer die wel ja zei maar op zo’n agressieve manier dat ik er bang van werd? We zullen er maar vanuit gaan dat hij zelf ook liever áchter de camera staat.




zaterdag 19 september 2015

Mijn eigen Evy’s

Een tijd geleden ben ik begonnen met rennen, nou ja, een soort van rennen dan.
Een tijd geleden ben ik begonnen met wat harder lopen.
Ik deed dat met behulp van de radio-uitzendingen van Evy Gruyaert. Heerlijk vond ik het.
Ineens kwam ik tot de ontdekking dat ik best wel meer dan 2 minuten achter elkaar kon harderlopen, dat ik zo maar en plein public in mijn sportkleding op straat durfde en dat ik ook een kick kon krijgen van bewegen.
Tot ik een blessure liep.

Zo snel als het enthousiasme voor rennen kwam, was het ook weer vergeten.
Dus toen ik laatst de mogelijkheid kreeg met een trainer te gaan lopen, kwam al mijn onzekerheid weer terug.
Het joepie-gevoel dat ik voorheen na het lopen had, was niet meer zo ineens op te roepen.
Het vertrouwen dat ik een les zou volhouden had zijn dieptepunt bereikt.
Het verlangen om 5 kilometer te kunnen rennen was verkleind naar ‘het winkelcentrum om de hoek kunnen halen’.

Maar ik deed het toch.
Omdat het goed voor mijn conditie is.
Omdat ik gebruik moest maken van zo’n luxe aanbieding.
Omdat het anti-stress is.
Omdat ik meer wilde doen en minder wilde denken.

Omdat ik stiekem toch weer heel graag dat joepie-gevoel wilde ervaren!

Dus nu heb ik er een paar lessen op zitten, met mijn eigen privé-Evy.
Ik kwam er al snel achter dat een privé-Evy eigenlijk veel enger is.
Niet dat het aan die mevrouw ligt hoor. Ze is heel aardig en kundig.
Maar ze is ook klein en slank, zo’n echt marathonloopsterfiguur. Zo’n dame waarbij de ademhaling niet eens een seconde sneller gaat als ze gaat hardlopen. Gespierd. Lenig. Laat maar zeggen: Alles wat ik niet ben.
En die loopt dan naast je. Vertelt wat je moet doen. Kijkt hoe jij loopt. Geeft tips en uitleg.
En ik denk alleen maar: Loop ik wel hard genoeg? Zou ze thuis niet hard moeten lachen om dat slakkengangetje dat ik ga? Waarom kan ik mijn ademhaling niet wat zachter laten klinken? Wat moet dat er raar uitzien, de dikke en de dunne naast elkaar rennend,…

Maar goed, ik heb er dus nu een paar lessen opzitten.
Privé-Evy geeft me regelmatig complimentjes voor het feit dat het zo goed gaat. Dat is lief en ook wel fijn om te horen. Maar het meest fijn is nog dat ik mijn joepie-gevoel weer heb gevonden.
Bijvoorbeeld vanavond, nadat ik met mijn tweede privé-Evy weer een drie kwartier had hardergelopen.
Want ja, ik heb nog een privé-Evy, namelijk mijn lief die speciaal voor mij het langzamer aan doet en eens in de week met mij opwarmt waarna hij nog even echt gaat rennen. (Ik ben een gelukkig mens!)
Mijn tweede privé-Evy is overigens een stuk minder eng. Niet dat hij niet sportief is en er goed uitziet maar bij hem hoef ik me niet druk te maken over of hij me accepteert zoals ik ben…

Met mijn tweede privé-Evy heb ik dus vanavond weer een stuk hardergelopen.
En het gevoel was er weer!
Zo tegen de tijd dat de laatste minuten ingaan besef ik me ineens dat ik het ga halen. Waar ik eerst nog mezelf wijsmaakte dat ik het niet aankon, het beter bij voorbaat kon opgeven, weet ik dan dat ik me weer voor niks heb druk gemaakt en dat ik dit kan!
Heerlijk is dat gevoel!
Spontaan ga ik dan met mijn hoofd wat meer omhoog lopen.
Ik grijns ook ineens dwaas om me heen.
Alle mensen die voorbijkomen lijken ineens aardig en lief. Ik groet iedereen, hoe chagrijnig ze ook kijken. En meestal groeten ze dan verward terug (Eh… moet ik haar kennen?).
Op die momenten besef ik me in wat voor een geweldig dorp ik woon.
Ik voel liefde voor de mensen in mijn dorp!
Maar bovenal voel ik liefde voor mijn Evy’s!
De wereld is mooi!
En dat zet je dan toch aan het denken hè.

Want als iedereen nou eens zou gaan hardlopen, zouden we dan niet spontaan het ‘vluchtelingenprobleem’ hebben opgelost?

dinsdag 1 september 2015

Schoon en fris

Ik ben een sloddervos!
Niet in mijn intenties maar wel in mijn daadwerkelijk handelen.
Ik wil echt wel anders maar doe het vervolgens niet.

Het is namelijk nooit mijn bedoeling om die knutsellipjes van blikjes op de tafel te laten liggen…
maar ze liggen er wel.
Het is nooit mijn bedoeling om de berg was zo hoog te laten opstapelen dat het spontaan omvalt…
maar het valt wel.
En het is nooit mijn bedoeling om letters te kunnen schrijven in het stof op de tv…
maar ze staan er wel.

In mijn hoofd weet ik precies hoe ik mijn huis wil zien: Een knus huis met warme kleuren, meubels in ouderwetse stijl, interessante frutsels vol herinneringen, boeken, kussens, glazen salontafel, mooi kleed op de vloer, lampjes en kaarsjes, veel foto’s… en fris en schoon!
In het eerste deel ben ik voor mijn gevoel aardig geslaagd, het laatste deel drijft me regelmatig tot wanhoop.

Ooit heb ik eens in een helder moment bedacht dat ik gewoon een schoonmaakschema moest maken. Op Pinterest zag ik schitterende schema’s voorbij komen en ineens begreep ik dat dat mijn redding zou zijn. Ik ben tenslotte gek op lijstjes en wat kan er nou heerlijker zijn dan te kunnen afstrepen dat je de badkamer hebt gedaan of dat je de rekeningen hebt opgeborgen?
En al zeg ik het zelf: het is een mooi schema geworden! Het is uitgewerkt in wekelijks/twee wekelijks/maandelijks/half jaarlijks/jaarlijks, met leuke kleurtjes, mooie hokjes waar je kunt afvinken en in een handige vorm die in de keuken kan hangen zodat je het altijd ziet. Maar bovenal is het vooral een goed doordacht rooster. Je kunt wel op papier alles op 1 dag willen doen maar mezelf kennende gaat dat nooit gebeuren. Ik heb bekeken wanneer de vrije dagen zijn, wat mijn lief doet en wat ik doe, wanneer de sport- en clubmomenten zijn en wat in welk seizoen moet gebeuren.
En dus hangt het nu in de keuken op ons magneetbord.

Of althans, …
ik geloof dat het er nog hangt.
Ik meen dat ik er drie weken geleden nog wel eens een kruisje op heb gezet.
Maar het kan ook zijn dat ik het er met een feestje afgehaald heb omdat ik  tekeningen van de kinderen op wilde hangen.
Of nee, had ik niet die magnetische kruidenbakjes er overheen gezet?

Hoe dan ook, het was een mooi schema, een mooi idee.
Maar ik doe het niet hè.

Ik kan een heleboel smoesjes opnoemen waarom het niet gebeurt, de ene wat meer legitiem dan de ander:
-          Ik vind het niet leuk omdat het elke week weer terugkomt
-          Mijn lief is slordig ingesteld en dat werkt aanstekelijk
-          Het is vermoeiend
-          Ik heb nog zoveel leuke dingen die ik wil doen
-          Vanaf morgen ga ik het echt bijhouden
-          Ik krijg last van mijn rug van stofzuigen
-          Er komt vandaag toch niemand langs
-         
Feit is dat het allemaal uitvluchten zijn.
En dat weet ik.
En dus voel ik mij regelmatig schuldig over de staat van mijn huis.
Dan hoop ik dat er niemand onverwachts aanbelt (terwijl ik zo van visite hou) en ben ik blij dat mijn moeder wat verder weg woont zodat ze dit niet hoeft aan te zien (sorry mam).

Maar vandaag ontstond er een sprankje hoop:
Terwijl ik vol schuldgevoel de kamer aan het stofzuigen was kwam ik bij ons hoogpolige kleed. Zo’n mooi warm rood kleed met hele lange draden. Zo’n kleed waarvan mijn moeder zegt “koop dat nou niet want het is zo moeilijk schoon te houden”.
De borstels konden de haren en kruimels op het kleed niet aan dus besloot ik in een moment van waanzin de borstel er af te halen en gewoon een klein stukje met de zuigmond van de slang er overheen te gaan.
Terwijl ik op mijn knieën het kleed lag te doen moest ik in gedachten lachen. Dit had ik wel eens gezien in zo’n programma op tv over mensen die bij andere mensen het huis gaan schoonmaken. Van die cleanfreaks die niet willen dat iemand over het kleed loopt omdat ze de wol dezelfde kant op hebben gezogen. Ik probeerde het eens uit. Ik moest toegeven dat het kleed op dat punt weer mooi omhoog kwam en de kleur werd een stuk intensiever.
Voor ik het wist had ik ineens het hele kleed zo gezogen… en ik werd er nog blij van ook.
Ik kreeg zelfs ideeën om vandaag ook de plinten eens een extra beurt te geven.

Snel ben ik op de bank gaan zitten om eens lekker een boek te lezen.
Je kunt ook overdrijven hè!


woensdag 19 augustus 2015

Ellende-kijkers

Tijdens het ontbijt vanmorgen kwam er een interessante vraag aan de orde in ons samen-eten-want-we-moeten-zo-weer-een-hele-dag-werken-gesprek dat ik met mijn lief had:
Waarom kijken mensen graag naar ellende?

Nu klinkt die vraag misschien wat filosofisch maar het was vooral totaal onbegrip van mij kant waarom ik er mee kwam.
Waarom zou een mens eens lekker op de bank voor de tv onderuit zakken, waarschijnlijk met een zak chips en een cola, voeten omhoog, licht gedimd (al dan niet met kaarsje), om dan anderhalf uur naar de ellende van iemand anders te kijken?
En dat het dan ook nog eens in de laatste 5 minuten helemaal niet goed gaat komen?

En ik bedoel dan niet zo’n real-life programma waarin we zien dat de lief-klusser van iemand alleen maar bij anderen klust en niet in zijn eigen bouwval en dat zij een tv programma nodig heeft om hem te vertellen dat als hij nu niks doet, ze bij hem weg gaat… Bij die programma’s kan ik me nog voorstellen dat je even denkt: Hè, wat ben ik gelukkig met mijn man!
(En dat je misschien zelfs nog wel hem het voor die avond vergeeft dat hij nog steeds niet zijn tijdschriften heeft opgeruimd die op de salontafel liggen.)

Nee, ik heb het over die mensen die de tijd nemen om een ellende-speelfilm te gaan kijken.

Wat is er nou heerlijker dan anderhalf uur alles om je heen te vergeten en helemaal in het leven van iemand anders te duiken? Even hoef je niet bezig te zijn met spullen die je nog moet opruimen, mensen die je nog moet spreken, doelen die je nog moet behalen, zorgen die je nog moet oplossen, dingen die je nog moet afmaken. 
Die zijn er even niet. Jíj bent er even niet. Jij bent ‘die ander’. Jij hoeft je alleen nog maar druk te maken over die man op het werk die jou niet lijkt te zien staan, dat huis waar nog een dame lijkt rond te waren die eigenlijk al dood hoort te zijn maar telkens op de veranda gezien wordt of die Nazi’s die jou misschien zullen ontdekken in dat leegstaande huis waar je je verschuilt maar waar je het toch niet kunt laten om even op de piano te spelen.
De spanning, de frustratie, de angst, het verdriet…

En dan opluchting, geluk, liefde, blijdschap.
De wetenschap dat alles goed komt, dat het goede overwint, dat het leven zin heeft!
Dát is toch waarom je op die bank ging zitten?
Dát is toch waarom je film kijkt?

Je gaat daar toch niet zitten omdat je uiteindelijk nog gefrustreerder/angstiger/verdrietiger naar bed gaat dan je voor de film misschien al was?

Ik snap het gewoon niet…

En dan heb ik het nog niet eens over die hele volksstammen die wekelijks naar zo’n serie kijken als Game of Thrones. Ik geloof dat ik bij de tweede aflevering al ben afgehaakt omdat er onschuldige mensen (en dieren) zó veel onrecht werd aangedaan en ik alleen huilend toe kon kijken.
Dat is in het dagelijks leven al zo. Daar wil je toch niet op tv ook nog eens aan worden herinnerd?

Nee, geef mij dan maar een lekker fantasyboek. Zo’n wereld waar je even helemaal in kan duiken. Met schone wezentjes met prachtige, al dan niet magische, eigenschappen en slechteriken die duidelijk herkenbaar zijn en het uiteindelijk altijd verliezen.
Heerlijk, die voorspelbaarheid.
Af en toe snak ik daar zo naar dat ik gewoon weer een boek uit de kast trek om hem voor de tweede of derde keer te lezen.
Dat was overigens ook de reden dat we op dit voor de ochtend toch wel heftige onderwerp kwamen. Het is namelijk niet zo dat we elke ochtend om 6 uur flink discussiëren. Meestal zitten we met de slaap nog in de ogen wat te keuvelen over wat we die dag gaan doen.

Maar mijn lief vroeg me dus waarom ik De Magiër las terwijl ik die al had gelezen en ik probeerde uit te leggen waarom het zo’n lekker boek/zo’n lekkere serie was. Dat ik even behoefte had aan een happy end. Goed, het is een serie van ik weet niet hoe veel boeken… en in elk boek gaat het gelijk weer fout… in elk boek lijkt het kwade ook wel erger te worden… maar je hebt 1 zekerheid:
De goeie winnen!
Elk boek weer!
Natuurlijk besef je je aan het einde van een boek dat het kwade niet volledig is overwonnen, maar het feit dat er na 2 boeken een patroon is te ontdekken van ‘goede - leven, kwade – verdreven’ belooft niets dan goeds voor het allerlaatste boek.
En daar hou ik van!

En waar die ellende-kijkers mee bezig zijn…

Ik snap het gewoon niet!

donderdag 13 augustus 2015

Shell

Een collega vroeg mij laatst een schelp van het strand mee te nemen. Ze vond het fijn zoiets aan mensen te vragen omdat ze dan zeker aan haar zouden denken in de vakantie...

Ik voelde me er wat ongemakkelijk bij toen ze het zei. Het heeft toch wat stalkerigs.
Alsof ze me achtervolgt.
Maar dan erger omdat ze er niet eens echt bij is.

De gedachte dat ik in de vakantie met haar bezig zou zijn stond me dus tegen. Niet dat het zo'n vervelende vrouw is, zeker niet. Maar het is vakantie. Dan moet je toch niet continue aan je werk worden herinnerd?

Maar het kwaad was al geschied.

De allereerste keer dat we naar het strand liepen, vroeg ik me af of ik het zou doen.  Zou ik een schelp mee nemen voor haar? Zou ik haar haar zin geven? Zou ik haar laten bepalen waar ik in mijn vakantie aan dacht?
Zodra ik me realiseerde dat ze al in mijn hoofd zat, probeerde ik demonstratief alle schelpen te negeren en stortte ik me op zand, golven en wolken. Foto na foto maakte ik. En waar ik normaal met zakken vol stenen en schelpen naar huis ging, verliet ik nu leeg het strand.

De tweede keer was ik wat milder gestemd. (Ik ontdekte natuurlijk ook dat mijn techniek haar nog niet uit mijn hoofd had gehaald.)
Ik besloot dus haar tegemoet te komen ... maar niet helemaal.
Ik blijf nu eenmaal eigenwijs :)
Ik nam een foto van een schelp! En ik nam er echt de tijd voor hoor. Mooie positie, mooie belichting, mooie schelp.
Ieder zijn zin. Nu kon ik het werk/haar vergeten.

Maar toen ik een van de volgende keren dan toch mijn kleuterhart liet spreken en helemaal los ging in het verzamelen van kleine schelpjes, grote, paarse, glimmende, ronde, puntige, witte, bijna doorzichtige schelpen, kwam ze toch weer om het hoekje van mijn geweten kijken.
Tegen die tijd was ik al helemaal in vakantiestemming. Ik was relaxed, vrolijk, vol liefde. Ik was vergevingsgezind.

Dus pikte ik een extra stevige voor haar op. Die zou in de tas niet kapot gaan.
Het was toch ook gewoon een lieve vrouw. Waarom zou ik niet even met haar bezig zijn?


Ondertussen raakt de vakantie aan zijn eind. Nog even dan zie ik haar weer.
Maar vandaag in de tuin besloot ik toch dat dit verhaal nog niet ten einde was.
Als je aan mij vraagt een schelp mee te nemen mag dat... Maar dan krijg je hem wel Ingrid-stijl!

woensdag 22 juli 2015

Men rule!

Ik loop bij een fysiotherapeut...
Of eigenlijk zit ik er wekelijks.
Om te werken aan mijn rug en schouder...
Of eigenlijk werkt hij vooral.
Ik zit, vertel, luister, knik en onderga.

Het is een hele aardige fysiotherapeut, een man van ongeveer mijn leeftijd.
Toen hij zich voorstelde had ik er gelijk een goed gevoel bij: prettige stem, niet te dramatisch, gevoel voor humor... en het was een man!
Dat laatste is voor mij heel belangrijk want vreemd genoeg denk ik bij fysiotherapeuten gelijk aan mannen.
Fysiotherapie = man = goed.
Ik weet best dat er heel veel vrouwen werken als fysiotherapeut. En de meesten daarvan zullen ongetwijfeld heel goed werk verrichten. Maar toch kan ik dat beeld niet kwijt raken van een wat kattige, oordelende vrouw met dunne, harde vingers die me een standje geeft omdat ik nou nog steeds niet mijn schouder in de juiste stand hou.
Sorry dames, het zal wel een gevolg zijn van te veel films kijken... of een vadercomplex of zo.

Maar goed, ik heb dus een hele lieve fysiotherapeut.
Een man.
Met zijn sterke, zachte handen masseerde hij vandaag weer mijn schouders. Symptoonbestrijding zoals hij al zei want uiteindelijk moet het vooral beter worden door de oefeningen die ik dagelijks van hem moet doen.
Ik moet zeggen dat die oefeningen me wel wat frustreren hoor. Elke dag ben ik wel een half uurtje kwijt met tillen, knikken, strekken, aanspannen en draaien. Dat doe ik nu al een aantal weken. Maar denk je dat het wat helpt? Nee dus. Natuurlijk heb ik dat ook tegen hem verteld. Met een warme, begrijpende glimlach reageerde hij door te vertellen over onrealistische verwachtingen en investeren in de toekomst.
Ik wist natuurlijk dat hij gelijk had. Geduld is een schone zaak.

Maar goed, mijn geweldige fysiotherapeut masseerde dus vandaag weer mijn schouders.
Nadat hij twee keer had gekneed en gewreven stond het kippenvel al op mijn armen. Ik vroeg me af of hij het in de gaten had. Straks ging hij nog rare dingen over me denken...
Dat ik zo snel reageerde omdat ik normaal bijna niet zou worden aangeraakt.
Of dat ik direct reageerde omdat ik hem leuk zou vinden.

Ik weet niet wat het is maar als ik in zo'n kamertje alleen met de fysiotherapeut ben, ga ik me ineens de meest vreemde dingen afvragen.
Of eigenlijk weet ik wel hoe het komt:
Het komt omdat je daar zonder t-shirt, gewoon in je bh zit. Alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Alsof ik regelmatig in lingerie met mannen een gesprek heb over waar het pijn doet. Nou ja, voor sommigen is dat misschien normaal maar voor mij dus niet.
Elke keer moet ik even mijn schroom overwinnen als het shirt uit moet.
Regelmatig check ik of zijn ogen niet afdwalen naar beneden (wat overigens nooit gebeurt!).
Vaak vraag ik me af hoe ik zou reageren als ik hem later in de wijk zou zien en we een verplicht wat-leuk-dat-ik-je-hier-tegen-kom-praatje moeten houden, en wat híj dan denkt.

Vandaag kwam er overigens nog een extra zorg bij toen ik mijn shirt uit deed:
Ik had een nieuwe bh aan.
Niks mis mee, zou je denken. Dan is het in ieder geval schoon, goed passend, leuk uitziend.
Klopt, maar het kan ook een signaal zijn.
Want wat nou als hij wel altijd vanuit zijn ooghoeken ziet welke bh's ik aan heb? Dan zou hij wel eens kunnen denken dat ik speciaal voor hem een nieuwe heb aangedaan.
Op het moment dat die gedachte zich bij me opdrong wilde ik spontaan gaan vertellen over hoe gelukkig ik was met mijn man. En vragen naar zijn eigen huwelijk natuurlijk.
Maar dat was toch wat moeilijk in te passen in ons gesprek over hardlopen.
Dus knikte ik nog maar eens, probeerde 'normaal' te doen en trok uiteindelijk zo snel mijn shirt weer aan dat hij geen tijd had om de olie van mijn huid te vegen.

Op weg naar huis probeerde ik alles weer te relativeren:
Het shirt kon zo in de was en de nieuwe bh was zwart, net als een oude, dus het was hem waarschijnlijk helemaal niet opgevallen!
Mannen zien dat soort details niet.
Toch?
 

Misschien is het handiger om voortaan een vrouw als fysiotherapeut te hebben!

Of toch een psycholoog die me helpt van die rare gedachtespinsels af te komen?


En moet dat dan een man of een vrouw zijn?

zaterdag 18 juli 2015

S'minder

Wie wil er nog S'mores als je appel-kokosbloesemsuiker-kaneel hebt? Vanaf nu beter bekend als S'lekkers!

Appel schillen en in schijfjes snijden. Op aluminium folie leggen en suiker (bruine basterd of gewoon lekkere  kokosbloesemsuiker ) er over strooien met wat kaneel. Dicht vouwen en ongeveer 5 minuten op de bbq. Of in ons geval op de chimenea.

Feestje!

donderdag 9 juli 2015

Verandering is goed

Ik geef het toe: Ik was behoorlijk in paniek!
Eergisteren merkte ik namelijk dat ik aan het veranderen was.
Kon ik er vroeger van op aan dat ik de denker/beslisser was, de analist, de puzzelaar, de lezer, nu zou alles wel eens op zijn kop kunnen staan.

Nog niet zo lang geleden vond ik het namelijk heerlijk om met mijn neus een tekst in te duiken.
Werd mij een probleemstelling gepresenteerd, ging ik alle grafieken en tabellen, boeken en artikelen verzamelen en tot in den treure bestuderen. Al lezend testte ik mijn aannames, ontwierp ik nieuwe theorieën, ordende mijn nieuwe kennis, ontdekte ik elk aspect van het onderwerp.
Pas als ik inzicht had, was ik tevreden.

Tot we dus een nieuwe camera kregen!
Een rilling van ontevredenheid trok over mijn rug toen ik het piepkleine boekje zag dat er bij zat. Een minigidsje om je de knoppen op het toestel uit te leggen (die toch al behoorlijk voor zichzelf spraken). Gelukkig bleek de dvd een uitgebreide handleiding te bevatten waarin ik me helemaal kon verliezen.

Alleen had ik er die avond even geen zin in. Ik was al moe van het werk en was blij dat ik me nog genoeg kon concentreren om tegelijk een stukje chocola te eten en een kop koffie te drinken. Mijn sterk verzwakte hersenen nog verder vermoeien met studiemateriaal was de goden verzoeken.

Mijn man, die helemaal enthousiast was over de aanschaf van de nieuwe camera, had echter het idee opgevat om die avond gezellig samen de mogelijkheden van het apparaat te onderzoeken.
Hij begreep mijn probleem wel en had al snel een oplossing bedacht:
Hij wilde samen met mij naar een meneer kijken die filmpjes op Youtube had gezet over ons model camera. Laagdrempelig en niet te vermoeiend, dacht hij.

Nu heb ik niet zo veel met mensen die hele verhalen filmen waarin ze een product testen en beoordelen. Het is vast een handig hulpmiddel om te besluiten wat je wilt kopen maar ik ben na 1 minuut in mijn hoofd al bezig met wat ik straks nog wil koken, wat we morgen doen of waarom die en die gisteren tijdens dat en dat nou eigenlijk zus en zo zei.
Ik weet niet wat het is maar mijn aandacht kan ik gewoon niet bij zulke filmpjes houden.
Misschien heb ik niet zo'n vertrouwen in een onbekende die denkt de waarheid in pacht te hebben. Wie zegt mij dat diegene eerlijk is, genoeg informatie bezit en goed onderzoek kan verrichten?

Dus zei ik enigszins sceptisch ja tegen het plan van mijn man. Het filmpje zou misschien mijn aandacht niet vasthouden maar ik ben altijd in om iets met mijn lief te doen.

Na ongeveer 15 minuten hadden we het eerste filmpje gezien over de basis om te kunnen fotograferen met onze camera... en ik had het helemaal uitgekeken. Sterker nog, ik wilde nog wel een filmpje zien. Dus keken we ook nog een filmpje over het fotograferen van bloemen.
Ik werd steeds enthousiaster.
Die man wist waar hij het over had.
Hij gaf geweldige tips waar ik nu mee naar buiten wilde om ze uit te proberen.
Hij vertelde over gadgets die ik nu erbij wilde kopen.
Hij kondigde andere filmpjes aan die ik nu wilde kijken.

Omdat het al laat was moest ik in plaats daarvan naar bed.
En zittend op de rand van mijn bed realiseerde ik het me:
Ik veranderde langzaam maar zeker.
Ik werd steeds meer zoals de kinderen die ik om mee heen zie.
Ik werd iemand die straks niet meer weet hoe een boek aanvoelt, die niet meer zelf kritisch nadenkt omdat hij liever iemand nadoet, die bij elk nieuw gegeven eerst kijkt of een ander al de oplossing heeft...

De volgende dag heb ik snel een Zoom.nl gehaald met daarin een basiscursus fotografie.
In het eerste artikel ging het over het diafragma.... met een heerlijk tabelletje er bij waarin de nummers gekoppeld werden aan plaatjes...
Het leven is weer goed!

Experiment in de tuin

zaterdag 4 juli 2015

Af :)

Hoewel het verschrikkelijk heet is, spring ik enthousiast door de kamer:
De tas is af!

Ik verbaas me over de mensen die dit hebben bedacht. En ik ben blij met ErikaCreativa die op YouTube de filmpjes zette.

Natuurlijk kan ik nog wat dingen bedenken die beter hadden gekund, die minder mooi zijn.
Misschien haal ik hem komende week weer half uit elkaar om wat te veranderen.
En eigenlijk moet er nog een stoffen voering in.

Maar nu spring ik nog even rond...
Met de ventilator op hoog, dat dan weer wel!

woensdag 24 juni 2015

Een Halfje Paleo


Het was vanmorgen weer genieten aan de ontbijttafel!

Als je me een paar maanden geleden zou hebben verteld dat ik mijn ontbijt zou doen met alleen fruit en noten zou ik je voor gek hebben verklaard.
Niet dat ik nu zo'n broodmens ben hoor, eigenlijk hou ik helemaal niet zo van brood. Ik hou meer van alles wat er op kan. Zo kon je mij tijdens een vakantie in Duitsland 's nachts wakker maken voor kaiserbrötchen met een lekkere dikke laag kalfsleverworst. Dat was verslavend. Als ik begon te eten, kon ik er niet meer mee stoppen.
(Overigens werkte dit gelukkig niet in Nederland, de kalfsleverworst hier heeft een vies bijsmaakje)

Maar een paar maanden geleden besloten mijn man en ik ons leven om te gooien en gooiden we alle tarwe en het geraffineerde suiker de deur uit. We gingen Paleo light.
Ineens stond ik om 5.45 uur 's ochtends ontbijt, lunch en twee tussendoortjes voor ons te maken. In die vroege uurtjes kwamen de meest vreemde combinaties van eieren, groente, fruit en yoghurt voorbij.

Ik gaf mezelf een week. Langer zou ik het toch niet volhouden dacht ik.
En toen die week voorbij was en het eigenlijk best vlot verliep durfde ik te verlengen tot een maand.
Het eten was dan wel lekker en ook erg goed vol te houden en daarnaast anti-vreetbuierig maar ik was geen doorzetter dus dat koken zou me waarschijnlijk snel tegen gaan staan.
Hoewel het toch redelijk snel klaar te maken was... en er best veel variatie was... en...

Ondertussen zitten we op bijna 5 maanden.
Ik mis mijn brood totaal niet.
Af en toe eet ik nog wel eens tarwe, als ik uit eten ben met vrienden bijvoorbeeld.
In het begin voelde ik me daar een beetje schuldig over maar dat heb ik niet meer. Sterker nog, ik vind het wel lekker om af en toe nog even te mogen genieten van bijvoorbeeld een kroket...eh ik bedoel broodje kroket.
En wie weet, misschien gaan we binnen kort zelfs wel op vakantie naar Duitsland...


Crunchy banaan
(uit Let's go Paleo)

Banaan in stukken snijden en overgieten met een beetje agavesiroop.
Handje amandelen en hazelnoten fijn hakken en in de pan met wat amandelschaafsel roosteren.
Noten over de banaan strooien en roeren zodat ze vast plakken.
Tot slot wat gojibessen er over strooien en een kiwi er door snijden.


dinsdag 16 juni 2015

Wat een raar woord is 'lipjes' eigenlijk.

Ik heb een groot nadeel:
ik drink bijna nooit meer frisdrank.
En als ik het doe, is het zo goed als nooit uit een blikje...

En dat is best lastig als je bedacht hebt dat je nieuwe hobby het knutselen met lipjes van blikjes is!

Maar gelukkig heb ik hele lieve mensen om me heen. Regelmatig krijg ik een zakje, bakje of bekertje lipjes in mijn hand gedrukt. Voor míjn hobby hebben ze een verzamelbakje op het aanrecht staan of schakelen ze moeders in om mee te sparen.

Het is overigens wel een hobby waar je geduld voor moet hebben. Ik wil namelijk het gelijk goed doen en gaan voor een zelfgemaakte handtas. Daarvoor zijn ongeveer 450 lipjes nodig.
Nu zeg je misschien "Dat moet toch snel bij elkaar gespaard zijn met zulke lieve vrienden".
Dat zou je denken ja, ware het niet dat je ook in lipjes van blikjes verscheidene soorten hebt.
Ik wist dat ook niet hoor voor ik op deze belachelijke hobby kwam.
Je hebt dus bijvoorbeeld afgeronde lipjes, lipjes die meer vierkant zijn, lipjes met ovalen gaten, lipjes met rechthoekige gaten, lipjes met een beestje er in gestanst, je hebt zelfs gouden lipjes!
Je moet er maar eens op letten als je weer eens uit een blikje drinkt.

Uiteindelijk was dus gisteren mijn geduld op.
Toen ik de bak aanvulde met mijn laatste aanwinsten bedacht ik hoe ik de ruwe kantjes zou kunnen vijlen. Mijn lieve man had daar een mooi apparaatje voor en dus zat ik op het moment dat ik eigenlijk naar bed wilde ineens aan de eettafel lipjes te vijlen.
Tja, en als je dan 's ochtends als je eigenlijk de was moet doen die berg op tafel ziet liggen, kan het zo maar gebeuren dat je je ochtend verdoet met haken.


Ik ben nu helemaal enthousiast!
Maar ik begrijp ook dat dit een langdurig werkje wordt. En dat ik heel hard moet duimen dat mijn sponseren niet ineens stoppen met het drinken uit blikjes...

Maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo goed in langdurige werkjes.
Niet dat ik daar het geduld niet voor heb hoor! Het gevaar bestaat echter dat ik, halverwege het maken van deze leuke tas, ineens een heel leuk ander idee voor een hobby krijg.
Wat ik dan a la minute wil proberen.
En waarvoor ik nog even wat spullen moet verzamelen.
Maar waar ik o zo enthousiast van word.

Ja, dat is een ander groot nadeel dat ik heb...

Nu maar hopen dat er nieuwe lipjes blijven komen die me helpen herinneren aan het leuke werkje waar ik mee bezig ben...
en voorlopig maar even niet op Pinterest surfen!

woensdag 10 juni 2015

Vliegen

Toen ik 's middags bij mijn werk in mijn auto stapte om naar huis te rijden, zat er een vlieg op de zijspiegel.
Ik had hem in eerste instantie niet gezien, wat op zich best opvallend is aangezien ik normaal elk 'ongedierte', en wat daar op lijkt, opmerk (lees: vergrote pupillen, flinke hartslag, rillen, strakke lippen, vluchtneiging).
Nu zag ik de vlieg pas toen ik de parkeerplaats af reed.
Het was een donkergrijze die er behoorlijk onappetijtelijk uitzag.
Ik was allang blij dat het vieze beest niet mee naar binnen was geglipt!

Aangezien het vervolgens heel druk op de weg was, vergat ik het mormel totaal... tot ik op de ringbaan reed. Verbaasd zag ik dat het beest nog steeds op die spiegel zat. Goed, hij zag er wat minder relaxed uit, zo half naar achteren gewaaid. Het was zelfs een beetje komisch hoe die pootjes bijna parallel aan de spiegel stonden en de vleugels plat naar achteren lagen. Waarom liet dat beest niet gewoon los en vloog het niet weg?
Ik stelde me voor hoe zuignapjes onder zijn poten hem deden plakken aan de lak.
En hoe dan 1 voor 1 die napjes loskwamen, tergend langzaam, tot de vlieg met een gefrustreerd geroepen "Aaahg" zijn laatste grip verloor en achterover de ringbaan op kukelde...

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Sterker nog, ik betwijfel of vliegen wel zuignapjes hebben.

In plaats daarvan reed het beest helemaal mee naar de andere kant van de stad. Pas toen ik bij een stoplicht stil stond, nam het afscheid van mijn auto.

En ineens had ik medelijden met het afzichtelijke beestje. Want voor zijn beleving moesten we wel aan de andere kant van het universum zijn beland. Als hij dit hele stuk met zijn vleugeltjes had moeten vliegen was dat nooit gelukt...
Wat nu als hij hier helemaal niet wilde zijn? Als hij 'aan de andere kant' een liefje had zitten?
Ik neem aan dat vliegen niet zo slim zijn dat ze weer op andere auto's terug liften... of wel?
Zonder dat ik het wilde had ik een wezentje verbannen naar het Oosten.

Maar vandaag viel alles ineens op zijn plaats.
Een vriendin stuurde een filmpje van een professor die een toespraak hield over hoe goed het was om dingen te doen die je (nog) niet kunt. Over hoe je hersenen groeien omdat je te maken krijgt met opdrachten waar je moeite mee hebt.
Ik had die vlieg dus eigenlijk een geschenk gegeven, nl een situatie (lees: omgeving) die hij niet kende. Dankzij mij waren zijn hersenen gegroeid!

...

De vraag is natuurlijk of we nu zo blij moeten zijn met slimmere vliegen. Ik sla nu al zó vaak mis, straks kan ik ze helemaal niet meer doodslaan.




dinsdag 2 juni 2015

To love and be loved in return

Het is nog vroeg.
Buiten waait het behoorlijk. Het ziet er somber uit. Ik geloof dat het weer begint te regenen.

Het past wel een beetje bij mijn humeur van vandaag.
Ik ben wat neerslachtig, heb nergens zin in.
Ik ben vrij vandaag en moet nog een heleboel dingen doen: Was, crackers en muesli maken, boodschappen, fysio, bedden verschonen, …
In plaats daarvan zit ik achter de computer foto’s te kijken en staat Nature boy van David Bowie op.
Mijn koffie is koud geworden.
Ik drink eigenlijk overdag geen koffie meer maar vandaag is het nodig. Ik zet een nieuwe bak en druk nog eens op ‘Afspelen’.
De dramatische muziek zoemt in mijn hoofd … “This story is about love, the woman I loved is……dead”.
Ik heb het nummer nu al een paar keer gehoord. Ik weet dat ik beter andere muziek op kan zetten. Vrolijke muziek, iets upbeaterigs, waardoor ik weer vrolijker word.
Maar dat doe ik niet.
In plaats daarvan zing ik nog even de dramatische uithaal mee

Ik wil nog niet vrolijk zijn.
Ik wil zwelgen!

Want afgelopen weekend heb ik weer op mogen treden.
Met een groep geweldige mensen hebben we een fantastische show op het podium gezet. Het was spannend, enerverend, samen, vermoeiend, opwindend, emotioneel, heerlijk!
We hebben gelachen en gehuild.
Ik hou van die mensen!

En nu is het voorbij…
Nu rest de leegte, de wetenschap dat het weer over is.

Het voelt als een verlies.

Straks zal ik weer vrolijk door het huis rennen, neurie ik weer een nummer uit de voorstelling dat niet uit mijn hoofd wil, stel ik in mijn hoofd al een fotoboek samen, kijk ik lachend de groepsapp terug, denk ik hoopvol aan de nieuwe voorstelling.
Strakjes…

Nu eerst nog even een keertje lekker dramatisch uithalen:

"The greatest thing you`ll ever learn
Is just to love and be loved … in return"


zaterdag 23 mei 2015

Zoef, zoef Evy

Ik heb een foutje ontdekt in de lessen van Evy.
Ik vraag me af of ik de enige ben die het herkende...
Ik merkte het vandaag toen ik les 2 deed.
 
Laat ik allereerst vermelden dat het al een wonder was dat ik vandaag ging lopen. Het was al laat en ik had mezelf al de hele dag gerust gesteld dat ik vandaag niet hoefde te rennen: Het was regenachtig, ik had een hele trip alleen in mijn auto gemaakt (na het ongeluk krijg ik nog bij elk remlicht een hartverzakking), ik was bij iemand op bezoek en het kon eigenlijk morgen ook wel.
Fijn dat ik genoeg excuses had!
Tot ik ineens naar buiten keek en zag dat de zon was gaan schijnen.
Voor ik het besefte riep ik ineens blij dat ik eigenlijk nog even een stukje moest gaan rennen.
 
Dus wandelde ik ineens in mijn sportschoenen en met mijn 'telefoonarmband' om in mijn geboortestad. Ik stapte stevig door omdat me dat handig leek om mijn spieren op te warmen. Natuurlijk was er weer even dat moment dat ik bewust me moest afsluiten voor alle ogen die, in mijn beleving, allemaal op mij gericht waren. Maar vandaag lukte dat redelijk snel.
 
Eenmaal in het park ging de telefoon aan. Evy vertelde vrolijk dat we 20 minuten gingen bewegen. Na haar “Start” voor de eerste minuut rennen zette ik een, voor mijn doen, sprintje in. Al snel realiseerde ik me echter dat ik nog even moest. De volgende 2 minuten wilde ik dus voorzichtiger beginnen maar ja, als je bergje af gaat, loop je toch weer wat harder.
Via wat hangjongeren en een prachtige vijfer was ik al snel het parkje bijna rond. Tot zo ver ging het aardig. Tijdens een volgend wandelmoment kwam Shaggy op. Ongemerkt begon mijn hoofd mee te bewegen, maakte ik ritmische huppeltjes en zong ik spontaan de wasnt-me-tjes mee. Ik stelde me glimlachend voor dat de twee geitjes en het hangbuikzwijntje die in een tuintje stonden waar ik langs danste nog even verbaasd zouden napraten als ik de hoek om was.
 
En toen was daar de fout.
Evy vertelde dat we bij de laatste 3 minuten rennen waren aangekomen.
En dat kon dus niet!
Want ze had gezegd dat we 20 minuten zouden bewegen. En als nu de laatste 3 minuten in zouden gaan, betekende dat dat de les bijna over was... En ik was nog helemaal niet moe. Ik had nog zo veel energie dat ik na de les nog een swingend muziekje opzette. Ik had nog zo'n goede zin dat ik hyper weer binnen kwam. Ik had helemaal geen knalrode kop en kapotte benen. Ik kon nog zingen! Dus die les kon helemaal niet 20 minuten hebben geduurd. Ergens was waarschijnlijk een rekenfout gemaakt... Of mijn mp3opname was overgeslagen... Of ik had per ongeluk doorgespoeld...
De les kon toch niet voorbij zijn gevlogen...
Toch?
 
 

dinsdag 19 mei 2015

Evy en Audrey

Vanmorgen  wilde ik, niet voor het eerst, dat ik mijn man was!
Waarschijnlijk kan ik ook zeggen ‘een man’ maar laat ik het houden bij wat ik weet.

Ik had namelijk na een erg lange pauze me voorgenomen weer te starten met hardlopen.
Een hele tijd terug was ik begonnen met het programma van Evy: Start to run. Dat was me erg goed bevallen. Helaas had ik echter in een vakantie in de bergen mijn kuit overwerkt en dat werd met het hardlopen alleen maar erger zodat ik gedwongen werd een pauze te houden.
Vandaag begon het dan toch ineens weer te kriebelen en voor ik het wist stond ik naast mijn bed in mijn ‘hardloopkleren’, ook wel bekend als soepele kleren waar je ook wel iets harder in kunt lopen als je de trein dreigt te missen.

Mijn man doet ook aan hardlopen, als hij er zin in heeft.
Als hij besluit te gaan rennen, staat hij binnen 5 minuten fluitend buiten. Soms is hij dan na drie kwartier tot een uur totaal bezweet weer binnen. Het kan af en toe ook wel eens voorkomen dat hij na 20 minuten alweer fris in de huiskamer staat. Er komen dan kreten uit als “Mwa, het ging niet zo lekker”, “Ik had wat last van mijn kuit/steken/rug/…” of  “Zo, dat was weer lekker!”.

Daar moest ik dus vanmorgen weer aan denken, dáár was ik vanmorgen dus jaloers op.
Niet alleen duurt het bij mij een stuk langer om me klaar te maken voor het sporten maar zodra ik de deur uit ben begint mijn hoofd al te ratelen.
Ik maak me druk over of het hoesje wel om mijn dikke arm blijft zitten.
Over die bekende die langs fietst en zo goed bezig is met sporten en wat die wel niet van mijn armzalige poging moet denken.
Over of ik niet te snel na het ongeluk weer begin.
Over of het niet stom is dat ik weer met die eerste les begin.
Over of ik het wel vol houd want waarschijnlijk krijg ik ergens pijn of geef ik het gelijk op of kan ik niet eens 1 minuut rennen.
Mijn hoofd staat al klaar met eisen en oordelen.
De het-is-toch-al-goed-dat-je-íets-doet-houding van mijn man komt er bij mij niet in.

Tenminste… tot de les bijna voorbij is.
Want als ik die laatste drie minuten ren, gaat ineens mijn tempo omhoog, zie ik de natuur om me heen, lach ik hardop om mijn schaduw die voor me loopt omdat de zon ineens begint te schijnen.
Bij het uitlopen boeit het me plotseling niet meer dat ik mensen tegen kom. Sterker nog, die schoolklas die voorbij komt en waarschijnlijk verbaasd naar mijn fel rode hoofd kijkt, valt me bijna niet op.
Ik geniet van het feit dat ik de les heb afgemaakt.
Geef mezelf een schouderklopje omdat ik weer ben gaan hardlopen.
Vraag me af of ik nog een extra rondje zal lopen omdat ik me zo energiek voel.
De muziek van Twin Peaks begeleidt me naar huis. Ik vond het al briljante muziek maar in deze stemming komt het nog harder aan.
Het deert me niet dat het gaat regenen. Ik neem het aan als een soort uitdaging: De regen kan mijn humeur niet verpesten. Zo ook niet die slagbomen die dan natuurlijk net dicht gaan als ik er aan kom en tartend bij het opengaan opnieuw omlaag bewegen voor een tweede trein.
Ik voel me zo geweldig dat ik thuis nog even in de tuin ga staan. In de regen trek ik mijn schoenen uit en dans op het nummer van Audrey om de tuinset heen.
Ik voel me uitdagend, soepel, sexy.

Dát zie ik mijn man dan weer niet doen!


vrijdag 8 mei 2015

Pindakaas-banaan muffins


En ineens had ik lekkere trek!
En dan niet ik-zal-eens-kijken-of-we-nog-fruit-hebben-trek, nee, echte onderuit-op-de-bank-hangend-omdat-er-niets-meer-bij-kan-trek!

Aangezien wij echter sinds een aantal maanden paleo-losse-stijl eten en ik niet opnieuw wil vallen voor de suiker en tarwe vreetbuien ging ik op mijn geliefde Pinterest zoeken.
Zo kwam ik uit op het volgende recept: (van http://happyhealthymama.com/)
1/2 cup pindakaas
1 rijpe banaan
1 ei
1/2 tsp vanille extract
2 tbsp agavesiroop
1/4 tsp bakpoeder

Alles in de keukenmachine mixen en bakken.
Aangezien mijn oven al hard aan het werk was voor een walnoten- rozijnen brood, heb ik het in mijn muffinmaker gedaan. Snel en makkelijk. Omdat ik niet wist hoeveel ze zouden rijzen heb ik ze uiteindelijk wat te klein gemaakt waardoor de bovenkant niet mooi bruin is geworden.
Maar geloof me: dat doet niks af aan de smaak :)

donderdag 7 mei 2015

Bloem


Vandaag een foto.

Ik was bezig om een vogelhuis te maken van een oud kookboek... (die schijn ik nogal veel te hebben)
In het proces moest ik rondjes stansen.
Toen ik het stapeltje cirkels zag liggen, klaar om weggegooid te worden, vond ik dat toch weer jammer. En als je dan toch even wat tijd over hebt...

Ik vind het net een soort bloem en dat compenseert dan mooi het druilerige weer van vanmorgen.

woensdag 6 mei 2015

Mijn fetisj


Ik heb een fetisj voor kookboeken.
En keukenapparaten.
En eten

Ooit heb ik eens ergens gelezen dat mensen die veel apparaten kopen voor in de keuken, dat doen om een bepaald gevoel op te roepen. Ze willen, door die spullen mooi te etaleren, het gevoel creëren dat ze associëren met bijvoorbeeld het hebben van een zelfgemaakte taart.
Als ik dat voor mezelf zou moeten invullen kom ik gelijk bij een hele lijst van wenselijkheden: gezellig, warmte, overvloed, verlangen, huiselijk, goede (huis)vrouw, uitnodigend, gul, samenzijn.
Eigenlijk raar om te merken wat een beelden je allemaal vormt om zoiets simpels als een taart.
En dat het hebben van de spullen om het te maken of mooi te presenteren dat zelfde gevoel al kunnen veroorzaken.
Natuurlijk spelen winkels en de media daar prachtig op in. Wie wordt er nou niet hebberig als je een Cook&Co binnen loopt, als je in de Ikea weer zo’n handige gadget voor de kleine keuken ziet of als je naar het bakprogramma van Rudolf op 24 Kitchen zit te kijken?
Voor je het weet heb je weer een ‘dingetje’ in de kast staan waarvan je, enigszins bezwaard, na 2 jaar denkt: Laat ik het toch maar eens weg gooien.

Gelukkig heb ik daar geen last van!
Ik heb veel handige spulletjes in de keuken en ik gebruik ze ook nog.
Bij mij geen ‘Wannabee’-aankopen die me alleen maar een schuldgevoel geven…
Wel een aantal geweldige mis-kopen.
Zo heb ik ooit eens de Magic Bullet gekocht op tv (ja, ik durf hier voor alles uit te komen). Het leek mij helemaal geweldig om al die heerlijke sausjes te maken die ze daar lieten zien. Kijkend naar die groep mensen die daar lachend de tortillachips met kaassaus uitprobeerden (slechts drie keer drukken op de Magic Bullet) voelde ik al de gezelligheid, warmte, overvloed, verlangen, …
Eenmaal thuis bleek het ding totaal niet te werken. Zodra je er ook maar iets harders in stopte dan een rijpe peer moest je al met dat ding gaan draaien en schudden. Gelukkig had een vriendin net een kind gekregen en voor babyhapjes was het nog te gebruiken.

Nu vraag ik mij af of het hebben van kookboeken eenzelfde gevoel kan oproepen als bij de apparaten. Toevallig heb ik een vriendin die, geloof ik, wel 100 kookboeken heeft en daar nooit iets uit heeft gemaakt.
Zou zij ook regelmatig naar haar verzameling kijken en een warm gevoel van binnen krijgen? Zou ze zich een beter mens voelen door de boeken allemaal mooi op een plank in het zicht te zetten? Misschien zelfs regelmatig even er door te bladeren en plaatjes te kijken?
Voor mij geldt dit uiteraard niet!
Ik heb een kast vol boeken die ik ook echt gebruik. Wekelijks zoek ik recepten bij elkaar, sta ik voor mijn boekenkast en pak willekeurig een aantal boeken om te bladeren wat we nu weer gaan eten…
Alhoewel…
De laatste tijd kom ik meestal uit op dezelfde 5 boeken.
De helft van de verzameling kookboeken hebben we alweer naar boven gedaan.
En daarvan heb ik zelfs 1 boek laatst al omgetoverd tot een geweldig knutselproject.
Misschien is het niet echt een fetisj.
Meer een verslaving?
 
En nu ik daar toch over bezig ben:
Waarom wil ik eigenlijk altijd koken vanuit een recept?
Dat deed mijn moeder toch vroeger ook niet?

 

maandag 4 mei 2015

Mijn egotrip


Ik moet iets kwijt.
Regelmatig.
Het is niet altijd zinnig, waarschijnlijk vaker niet dan wel.
Het is ook meestal niet doelmatig, ik wil er niemand mee opvoeden of er iets mee verkopen.
En het is niet altijd hetzelfde, soms zijn het overdenkingen, dan weer knutselwerkjes of foto’s van eten.

Tot nu toe deed ik dat altijd op Facebook, viel ik mijn vrienden en kennissen er mee lastig. Mochten ze dat niet leuk vinden en nu hoopvol reageren op het feit dat ik hier dit stuk schrijf, hebben ze pech: ik blijf dat waarschijnlijk gewoon doen.
Maar nu heb ik dan toch de stap gezet om ook een blog te starten.

Het duurde even voor ik dit blog durfde aan te maken. Ik ben een redelijk bescheiden persoon (met een regelmatig uitstapje naar onzeker) en heb me lang afgevraagd of andere mensen nou wel zitten te wachten op mijn geneuzel. Natuurlijk genoot ik als vrienden aangaven dat ze mijn stukjes prettig vonden om te lezen. Bescheiden wil tenslotte niet zeggen dat je niet trots kunt zijn op wat je hebt gedaan. Maar dat vrienden, die mijn persoon en dus mijn humor kennen, moeten lachen om mijn taalgebruik of bewonderend reageren op mijn knutselfoto’s, omdat ze denken zelf niet zo creatief te zijn, wil niet zeggen dat de blogwereld zit te wachten op een nieuwe egotripper.
Want zo voelt het wel een beetje.
Als je niet blogt om reclame te maken voor je bedrijf of om de wereld te verbeteren door een nadrukkelijke mening uit te dragen over politiek, muziek of kleding, lijkt het vooral alsof je je leven, jezélf in de etalage wilt zetten.
Kijk een hoe geweldig mijn leven is!
Kijk eens hoe goed ik kan fröbelen!
Kijk eens hoe slim ik ben!
En mensen die dat doen zitten volgens mijn kernkwadrant behoorlijk in mijn allergie.
Een perfecte reden om toch maar af te zien van het aanmaken van een Bloggeraccount, zou je zeggen.

Maar nou wil het feit, dat ik laatst een heftig ongeluk heb meegemaakt. Zo eentje waarvan je in films ziet dat je leven in een seconde aan je voorbij flitst. Nou, dat gebeurde dus niet.
Wel schoot het even door mijn hoofd dat dit het einde was, dat ik er niet meer levend uit zou komen. En hoewel de lichamelijke ongemakken nu voorbij lijken, is die gedachte wel blijven hangen.

En impulsief als ik ben, gooi ik dus mijn hele leven om, zorg ik dat elke dag telt, geef ik betekenis aan mijn leven…. door te starten met een blog J

Ongeacht of mensen het lezen,
of ze er op zitten te wachten,
of ik iets zinnigs te vertellen heb.

Ik moet gewoon iets kwijt!