woensdag 10 juni 2015

Vliegen

Toen ik 's middags bij mijn werk in mijn auto stapte om naar huis te rijden, zat er een vlieg op de zijspiegel.
Ik had hem in eerste instantie niet gezien, wat op zich best opvallend is aangezien ik normaal elk 'ongedierte', en wat daar op lijkt, opmerk (lees: vergrote pupillen, flinke hartslag, rillen, strakke lippen, vluchtneiging).
Nu zag ik de vlieg pas toen ik de parkeerplaats af reed.
Het was een donkergrijze die er behoorlijk onappetijtelijk uitzag.
Ik was allang blij dat het vieze beest niet mee naar binnen was geglipt!

Aangezien het vervolgens heel druk op de weg was, vergat ik het mormel totaal... tot ik op de ringbaan reed. Verbaasd zag ik dat het beest nog steeds op die spiegel zat. Goed, hij zag er wat minder relaxed uit, zo half naar achteren gewaaid. Het was zelfs een beetje komisch hoe die pootjes bijna parallel aan de spiegel stonden en de vleugels plat naar achteren lagen. Waarom liet dat beest niet gewoon los en vloog het niet weg?
Ik stelde me voor hoe zuignapjes onder zijn poten hem deden plakken aan de lak.
En hoe dan 1 voor 1 die napjes loskwamen, tergend langzaam, tot de vlieg met een gefrustreerd geroepen "Aaahg" zijn laatste grip verloor en achterover de ringbaan op kukelde...

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Sterker nog, ik betwijfel of vliegen wel zuignapjes hebben.

In plaats daarvan reed het beest helemaal mee naar de andere kant van de stad. Pas toen ik bij een stoplicht stil stond, nam het afscheid van mijn auto.

En ineens had ik medelijden met het afzichtelijke beestje. Want voor zijn beleving moesten we wel aan de andere kant van het universum zijn beland. Als hij dit hele stuk met zijn vleugeltjes had moeten vliegen was dat nooit gelukt...
Wat nu als hij hier helemaal niet wilde zijn? Als hij 'aan de andere kant' een liefje had zitten?
Ik neem aan dat vliegen niet zo slim zijn dat ze weer op andere auto's terug liften... of wel?
Zonder dat ik het wilde had ik een wezentje verbannen naar het Oosten.

Maar vandaag viel alles ineens op zijn plaats.
Een vriendin stuurde een filmpje van een professor die een toespraak hield over hoe goed het was om dingen te doen die je (nog) niet kunt. Over hoe je hersenen groeien omdat je te maken krijgt met opdrachten waar je moeite mee hebt.
Ik had die vlieg dus eigenlijk een geschenk gegeven, nl een situatie (lees: omgeving) die hij niet kende. Dankzij mij waren zijn hersenen gegroeid!

...

De vraag is natuurlijk of we nu zo blij moeten zijn met slimmere vliegen. Ik sla nu al zó vaak mis, straks kan ik ze helemaal niet meer doodslaan.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten