Afgelopen weekend had ik met mijn hobbyclubje een
fotodag.
Vooraf zag ik enorm op tegen de dag. Het idee was
namelijk dat je van wildvreemde mensen foto’s zou maken. Aangezien dat nogal
onbeleefd is, moest je natuurlijk wel toestemming aan ze vragen. En daar ging
het voor mij dus mis…
Het idee dat ik mensen moet lastigvallen, dat ik ze moet
vragen of ik zo’n enorme lens in hun gezicht mag drukken, stond me behoorlijk
tegen. Waarschijnlijk heeft dat alles te maken met het feit dat ik zelf niet
graag op de foto sta. Iets in de trant van “Wat gij niet wilt dat u geschiedt,
doe dat ook een ander niet”.
Verschrikkelijk vind ik het altijd als je net gezellig
met vrienden iets aan het doen bent en iemand trekt opeens een camera uit de
tas. Waar ik voorheen al mijn aandacht op mijn vrienden kon richten, is dan
continue een deel van mijn brein bezig met het registreren van waar de camera
is en wat ‘ie doet. Het liefst loop ik dan even naar het toilet of ga afrekenen
of zo maar in de loop der jaren heb ik geleerd dat andere mensen het ook wel
eens leuk vinden om míj op een foto terug te zien.
En dus blijf ik zitten wiebelen.
Probeer niet de hele tijd naar de camera te kijken wat
dus niet lukt.
Lach om de grapjes die worden gemaakt met een glimlach
die net niet meer echt lijkt.
Natuurlijk kijk ik de foto’s later wel terug.
In eerste instantie zie ik dan niet meer terug hoe
gezellig de omgeving was, hoe aangenaam het gezelschap, hoe leuk de bezigheid.
Ik zie dan alleen nog maar alles wat ik aan mezelf niet goed vind.
(En als ik een goede dag heb verzin ik terplekke nog wat
extra minpuntjes aan de hand van de foto’s.)
Gelukkig wordt dat negatieve minder naarmate ik de foto’s
meer heb gezien of de tijd verstrijkt. Uiteindelijk blijft de leuke
herinnering hangen en geniet ik alleen nog maar van het moois dat ik toen mocht
meemaken.
Vrienden die dit lezen zullen nu wel hardop zitten te
lachen. Want het stomme is dat ik zelf vaak degene ben die onverwachts een
camera uit de tas haalt.
Ik roep dan altijd lachend dat het is omdat ik anderen
voor wil zijn: “Ik sta er liever achter dan er voor” of “Als ik de camera vast heb, kan niemand mij er op zetten.”
Maar eigenlijk doe ik het om een andere reden.
Ik wil herinneren.
Of het nu om mooie plaatjes gaat (een bij op een bloem,
een zonsondergang, een mistflard) of om lieve mensen (familie, vrienden,
kinderen), ik wil ze vastleggen zodat ik het nooit meer vergeet.
Om al die momenten tot in eeuwigheid te kunnen behouden, schiet
ik plaatje na plaatje.
Mocht de interne harde schijf in mijn hoofd het niet meer
aankunnen, hebben we altijd de foto’s nog.
En aangezien het foto’s van anderen zijn, hoef ik me ook
niet te ergeren aan onvolkomenheden.
…
Hoe de fotodag afliep? Het was een geweldige ervaring.
Doordat we in een groep liepen accepteerden mensen gewoon dat we foto’s maakten
van jan en alleman. En degenen die ik vroeg, reageerden over het algemeen heel
lief. Sommigen namen zelfs de tijd om een gezellig praatje te maken over hun
eigen ervaringen met foto’s maken.
En die ene chagrijnige meneer die wel ja zei maar op zo’n
agressieve manier dat ik er bang van werd? We zullen er maar vanuit gaan dat
hij zelf ook liever áchter de camera staat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten