Ik vind een tuin geweldig leuk.
Ik vind een moestuin nog leuker.
Maar die laatste hebben we niet.
Gelukkig!
Wat ik leuk vind aan een tuin zijn de bloemen en planten.
En dat je heerlijk in de zon of schaduw kan gaan zitten en dan ziet hoe de
bijtjes en vlinders de bloemen op zoeken. Of dat je gewoon aan tafel gaat
tekenen, of ieder ander soort hobby die je kunt doen zonder dat alles weg
vliegt als de wind op komt zetten. Helemaal tot rust komen in een klein stukje aangelegde
privé natuur.
Waar ik niet van houd bij tuinen is het onderhoud.
Helaas is het zo dat als je van mooie planten en bloemen
wilt genieten, je regelmatig de tuin in moet om te knippen, vegen, harken,
scheppen, water geven, mesten, …
En dat is nou zo jammer!
Want als ik iets niet doe, is het dat.
Nu zou je zeggen dat het niet zo’n opgave moet zijn om
onze tuin bij te houden. Hij is niet zo groot en alleen langs de kanten staan
plantjes.
Maar zelfs dat is al een uitdaging voor mij.
Sinds we in dit huis zijn komen wonen zoek ik al planten waarbij
je zo min mogelijk hoeft te doen. Ging er een dood omdat hij meer verzorging
nodig had, was dat pech voor de plant. Dat soort kwam niet meer terug in onze
tuin!
Eens in de zoveel tijd krijg ik het echter toch even op
mijn heupen. Dan heb ik lang genoeg mezelf verweten dat ik te weinig doe. Dan
zie ik gloednieuwe stukjes plant die zelfs boven de 10 centimeter hoge dode bladerenlaag
uit proberen te komen en loop ik toch in mijn sportkleren naar buiten.
De tuinhandschoenen gaan aan.
Mijn haar opgebonden.
Mijn voeten zwetend in mijn crocks.
Zo ook vandaag.
Vandaag was het de pioenroos die me naar buiten lokte.
Het feit dat die mooie plant in mijn tuin bleef terugkeren moest toch een teken
zijn!
Vol goede moed begon ik in de hoek van de passiebloem met
opruimen. Ik haalde alle oude takken weg en knipte ook gelijk maar de nieuwe
delen er af die alweer begonnen waren te groeien. Terwijl ik de oude takken bij
elkaar greep en begon te trekken kwamen ze los van het hekwerk waar ze tegenaan
waren geklommen.
Ik hoorde een luide tik en wist dat dit geluid hier niet
hoorde. Ik keek omlaag, zag niks, keek weer omhoog en zag vervolgens de muur
achter het hekwerk. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er zeker 20 slakken op de
muur zaten. Van kleine babyslakjes tot grote dikke opaslakken (geen idee hoe je
het geslacht ziet maar ik vond het een echte opa).
Een hartgrondige “Iey” kwam over mijn lippen.
Niet omdat ik bang ben voor slakken. Helemaal niet.
Maar 20?
“Iey!”
Na regelmatig heen en weer lopen naar de groenbak was de
passiebloem geknipt en waren de slakken verhuisd. Toen was het tijd voor de
verzameling potten die voor de border stonden. Uiteraard waren er weer veel
plantjes overleden dus besloot ik rigoureus alles weg te gooien wat er dood uit
zag. Ik had er een aardig tempo in en gooide zelfs de plastic potten af en toe
in de grijze container ernaast.
Opruimen, heerlijk!
Toen ik bij de vorig jaar gekochte groene buitenpotten
kwam bleek helaas de minihortensia ook overleden. Ik bedankte in gedachte de
vriendin die hem had gegeven, trok de plastic pot met aarde en al er uit en
mikte alle inhoud in de groenbak. In de groene pot bleek nog wat water te staan
en onderin zat ook een laag aarde en blaadjes.
Toen ik echter de pot half omkeerde om het water er uit
te laten lopen begon ineens die donkere aarde te bewegen. Onderin bleek een
joekel van een spin te zitten.
Nu weet ik dat ik wat betreft spinnen nog wel eens kan
overdrijven maar dit was echt een jumbo exemplaar!
Een gilletje kon ik niet tegenhouden.
Tegelijkertijd gooide ik de pot van me af en stond vervolgens
nog 5 minuten te mopperen (Iets in de trand van “O ja hoor, heb ik dat weer,
gatverdarrie, rotbeest, brrr, enz).
Ik besloot deze pot over te laten aan mijn lief en ging
naar een emmer waar ook een laag water in zat. In het water stond een lege pot.
Snel haalde ik hem er uit zodat ik het water uit de emmer kon halen. Toen ik de
pot in de zon wilde zetten om hem te laten drogen bleek er echter vlak bij
mijn handschoen een enorme eh… watermug
te zitten.
Nou ja, goed, ik weet niet hoe het heet maar zo’n enorme mug
met grote poten die je bij het water vindt… een watermug dus.
Opnieuw ontsnapte mij een kreun/afgrijzen-achtig geluidje
en ik had opnieuw een werkje voor mijn lief gevonden.
Dan besloot ik maar de dode bladeren weg te halen. Eerst
met veger en blik en het laatste stukje met de handschoenen en een harkje.
Spinnen vluchtten onder mijn handen.
Wormen kronkelden.
Een tor ‘sprong uit mijn handschoen’.
En er waren nog meer slakken.
Heel veel slakken.
De maat was vol!
Mijn ongedierte alarm stond te loeien!
Ik gooide de stoffer en blik de schuur in. Smeet mijn
handschoenen weg en duwde resoluut de deksel van de groenbak dicht.
Voor het naar binnen gaan deed ik een grondige
ongediertecheck:
Niks op handen of armen?
Niks op mijn shirt?
Benen, broek?
Haren schoon?
Met een gerust hart kon ik binnen mijn handen en armen
gaan wassen en op een schone stoel achter een schone computer in een schone
kamer gaan zitten.
…
Nou ja, een soort van schoon dan want een poetser ben ik
ook al niet…
Ik ben gek op een tuin.
Ik vind een moestuin geweldig.
Maar die laatste hebben we gelukkig niet.
Want stel je toch eens voor dat ik wekelijks met al dat
ongedierte zou moeten omgaan!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten