zaterdag 9 januari 2016

Mijn dorp

Ik ben echt wel gek op mijn dorp.
Ik woon er met veel plezier.
We hebben een mooi huis in een rustige straat maar toch overal dichtbij.
Het enige waar ik me steeds meer zorgen over maak zijn de inwoners.

Eind vorig jaar ging ik met mijn lief rennen in het bos hier om de hoek.
Wat een oef-wat-was-het-weer-zwaar-maar-heerlijk rondje rennen had moeten worden werd een geschrokken gelukkig-was-het-niet-erger onderneming. Mijn lief werd namelijk ineens van achteren aangevallen door een loslopende hond. De dames die erachter liepen kwamen niet verder dan “Sorry, ik wist niet dat hij…”

Losliep?
Mis beet?

En daarmee was de kous af.
Geen check of alles goed met ons was maar aanlijnen en doorlopen.
Ik nam het de hond niet kwalijk. Ik vond het alleen jammer dat er iemand in ons dorp woonde die kennelijk een bezoekje van Cesar Millan nodig had.

Vandaag echter vroeg ik me af of het niet erger is dan ik dacht. Waar ik vorig jaar nog medelijden had met die ene hond, ging ik me nu zorgen maken om alle trouwe viervoeters in mijn dorp.

Toen ik in gedachten op de terugweg was van een fourniturenzaakje werd ik gepasseerd door een dame met een bakbeest-viervoeter.
Ik had ze niet echt gezien. Ik was helemaal in mijn nopjes met die mooie paarse wol die ik net had gekocht. In gedachte was ik al granny squares aan het haken of franjes aan mijn poncho aan het maken.
De grom hoorde ik eerder dan de klap tegen mijn bovenarm. Direct daarop begon het tieren van de hondendame.
Ik slaakte een kreet in de trant van “Jezus” (ja, ik ben verbaal erg sterk!) en probeerde te ontdekken wat er nu was gebeurd.
Het was eigenlijk helemaal niet moeilijk. Aan de wijze waarop de mevrouw de hond op zijn neus sloeg, aan zijn lijn sjorde, toeriep en meetrok bleek wel dat hij ‘de schuldige’ was. Ik had hem natuurlijk ook wel in een flits bij mijn arm weg zien schieten.
Terwijl ik nog verdwaasd mijn hand door mijn haar haalde was de dame ondertussen alweer vloekend en tierend twee etalages verder.
Terwijl ik gedachteloos twee stappen zette en toen mijn mouw ging controleren was de dame het blok al voorbij.
Nog zwaar na hijgend trok ik mijn jas uit om te zien of er niks kapot was.

Ik hoefde die mevrouw niet meer te vertellen dat mijn jas alleen maar erg vies en nat was geworden en naar hond stonk. Ik hoefde ook niet te vragen of zij mijn jas zou laten stomen. Ik hoefde ook niet uit te leggen dat mijn bovenarm pijn deed.
Mevrouw was namelijk tegen die tijd al bijna thuis denk ik.

Mocht je vandaag of morgen van een buurvrouw of vriendin horen dat ze zo geschrokken was omdat haar grote hond ineens tegen een mevrouw was uitgevallen, gewoon op straat, terwijl ze daar heel rustig liep (niet eens hardlopend) en 'dat hij dat normaal nooit doet', wil je dan zeggen dat het goed met me gaat. Dat de schrik al wat is afgenomen. En geef haar dan gelijk van mij de volgende tip:

Ik weet dat u geschrokken bent omdat u dit nooit had verwacht van uw schat van een huisdier… maar kunt u zich nagaan hoe de aangevallen dame zich voelde? Volgende keer zou het misschien een idee zijn om even naar haar toe te gaan en te vragen of alles goed is!


Alvast bedankt!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten