Wat is dat toch met mannen en werkkleding?
Regelmatig vraag ik bij het strijken aan mijn lief hoe
lang hij een bepaalde broek al heeft en of het niet eens weg kan. Vaak is dit
in het stadium dat het model al 20 jaar uit is, er al rafels aan de pijpen
zitten, gaten in de broekzak en/of er vlekken in zitten die niet meer te
verwijderen zijn.
Eigenlijk hoef ik het hem niet eens te vragen.
Ik weet het antwoord toch al.
Zijn automatische antwoord is namelijk, zonder zijn
aandacht voor zijn ongetwijfeld zeer belangrijke activiteit te verliezen:
Leg maar even opzij, daar kan ik nog wel in klussen!
Geloof me, ik vind mijn lief echt héél lief.
Ik kan me geen leven zonder hem voorstellen.
Maar op zulke momenten…
Ondertussen hebben we een extra kledingkast nodig om al
zijn kluskleding in op te bergen!
Natuurlijk is het wel heel praktisch van mijn lief.
Het is kleding waar je niet meer voorzichtig mee hoeft te
doen.
Het mag vies worden, kapot gaan, en je hoeft er ook niet
op je paasbest uit te zien als je klust.
Ik snap het.
Maar laten we eerlijk zijn:
Het oog wil ook wel wat.
Een grijze, op sommige plekken versleten ribbroek laat nu
niet direct mijn hart sneller kloppen.
En ik ben niet veeleisend hoor.
Er mogen best wat verfvlekken op zitten die er niet meer
uit gaan. Het is niet voor niks werkkleding.
Maar gewoon zo’n baggy broek met zakken waar al het
gereedschap in kan en een strak shirt erop? Of zo’n blauw overal wat je, net
als een f1-coureur, half omlaag kan laten hangen als je koffie drinkt?
De echte werklui lopen toch ook niet in fodden?
Die zien er toch ook gewoon netjes uit?
Alhoewel…
Ik had vandaag een elektricien over de vloer. Aardige
vent. Redelijk net blauw overal. Hier en daar een vlekje.
Alleen had hij last van hoog water!
Hij had van die hoge veiligheidsschoenen aan maar zijn
pijpen eindigden zelfs dáár een centimeter of 10 boven.
Dat kwam toch een beetje komisch over bij een vent van
zeker 2 meter J
Of die aardige loodgieter van vorige week.
Hele lieve jongen, behulpzaam en vriendelijk.
Toen hij klaar was met de eerste klus wilde hij best nog
even naar het kraantje bij het toilet kijken.
Omdat ik niks te doen had liep ik met hem mee.
Had ik dat nu maar niet gedaan!
Het probleem was waarschijnlijk een ringetje dat hij even
los moest draaien.
En deze jongen was lang.
En jong.
En het kraantje was laag.
Hij had zo’n broek aan die je niet ter hoogte van je
middel draagt (heel ouderwets) maar ergens onder je navel.
En toen hij dus voorover boog zag ik zijn rijkelijk
versierde onderbroek die er ver bovenuit stak.
En nu weet ik niet of het mijn verbeelding was maar het
leek of die broek van hem steeds verder van zijn billen zakte.
Ik wilde er niet naar kijken.
Echt niet.
Maar ik kon er gewoon niet mee stoppen!
Het was net als met een ramp, dat je niet kan stoppen met
kijken terwijl het eigenlijk heel erg is en je liever ergens anders zou willen
zijn.
Ik hield mijn hart vast.
Straks stond die jongen ineens bij mij in huis met zijn
broek op zijn knieën. Dat zou toch beschamend zijn!
De jongen zelf had er echter totaal geen last van, leek
het.
Óf hij voelde het niet,
óf hij wist dat het bleef hangen,
óf het kon hem niets schelen als hij een keer extra zou
moeten hijsen.
Hij ging vrolijk door met zijn werk.
Een angstig kwartiertje later kon ik weer opgelucht adem halen
toen de jongen weer rechtop stond en ik een handtekening moest zetten voor het
geleverde werk.
Nee, nu ik er nog eens over nadenk:
Zo'n grijze, op sommige plekken versleten
ribbroek valt best mee!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten