dinsdag 19 mei 2015

Evy en Audrey

Vanmorgen  wilde ik, niet voor het eerst, dat ik mijn man was!
Waarschijnlijk kan ik ook zeggen ‘een man’ maar laat ik het houden bij wat ik weet.

Ik had namelijk na een erg lange pauze me voorgenomen weer te starten met hardlopen.
Een hele tijd terug was ik begonnen met het programma van Evy: Start to run. Dat was me erg goed bevallen. Helaas had ik echter in een vakantie in de bergen mijn kuit overwerkt en dat werd met het hardlopen alleen maar erger zodat ik gedwongen werd een pauze te houden.
Vandaag begon het dan toch ineens weer te kriebelen en voor ik het wist stond ik naast mijn bed in mijn ‘hardloopkleren’, ook wel bekend als soepele kleren waar je ook wel iets harder in kunt lopen als je de trein dreigt te missen.

Mijn man doet ook aan hardlopen, als hij er zin in heeft.
Als hij besluit te gaan rennen, staat hij binnen 5 minuten fluitend buiten. Soms is hij dan na drie kwartier tot een uur totaal bezweet weer binnen. Het kan af en toe ook wel eens voorkomen dat hij na 20 minuten alweer fris in de huiskamer staat. Er komen dan kreten uit als “Mwa, het ging niet zo lekker”, “Ik had wat last van mijn kuit/steken/rug/…” of  “Zo, dat was weer lekker!”.

Daar moest ik dus vanmorgen weer aan denken, dáár was ik vanmorgen dus jaloers op.
Niet alleen duurt het bij mij een stuk langer om me klaar te maken voor het sporten maar zodra ik de deur uit ben begint mijn hoofd al te ratelen.
Ik maak me druk over of het hoesje wel om mijn dikke arm blijft zitten.
Over die bekende die langs fietst en zo goed bezig is met sporten en wat die wel niet van mijn armzalige poging moet denken.
Over of ik niet te snel na het ongeluk weer begin.
Over of het niet stom is dat ik weer met die eerste les begin.
Over of ik het wel vol houd want waarschijnlijk krijg ik ergens pijn of geef ik het gelijk op of kan ik niet eens 1 minuut rennen.
Mijn hoofd staat al klaar met eisen en oordelen.
De het-is-toch-al-goed-dat-je-íets-doet-houding van mijn man komt er bij mij niet in.

Tenminste… tot de les bijna voorbij is.
Want als ik die laatste drie minuten ren, gaat ineens mijn tempo omhoog, zie ik de natuur om me heen, lach ik hardop om mijn schaduw die voor me loopt omdat de zon ineens begint te schijnen.
Bij het uitlopen boeit het me plotseling niet meer dat ik mensen tegen kom. Sterker nog, die schoolklas die voorbij komt en waarschijnlijk verbaasd naar mijn fel rode hoofd kijkt, valt me bijna niet op.
Ik geniet van het feit dat ik de les heb afgemaakt.
Geef mezelf een schouderklopje omdat ik weer ben gaan hardlopen.
Vraag me af of ik nog een extra rondje zal lopen omdat ik me zo energiek voel.
De muziek van Twin Peaks begeleidt me naar huis. Ik vond het al briljante muziek maar in deze stemming komt het nog harder aan.
Het deert me niet dat het gaat regenen. Ik neem het aan als een soort uitdaging: De regen kan mijn humeur niet verpesten. Zo ook niet die slagbomen die dan natuurlijk net dicht gaan als ik er aan kom en tartend bij het opengaan opnieuw omlaag bewegen voor een tweede trein.
Ik voel me zo geweldig dat ik thuis nog even in de tuin ga staan. In de regen trek ik mijn schoenen uit en dans op het nummer van Audrey om de tuinset heen.
Ik voel me uitdagend, soepel, sexy.

Dát zie ik mijn man dan weer niet doen!


1 opmerking: