Vanmorgen wilde
ik, niet voor het eerst, dat ik mijn man was!
Waarschijnlijk kan ik ook zeggen ‘een man’ maar laat ik
het houden bij wat ik weet.
Ik had namelijk na een erg lange pauze me voorgenomen
weer te starten met hardlopen.
Een hele tijd terug was ik begonnen met het programma van
Evy: Start to run. Dat was me erg goed bevallen. Helaas had ik echter in een
vakantie in de bergen mijn kuit overwerkt en dat werd met het hardlopen alleen
maar erger zodat ik gedwongen werd een pauze te houden.
Vandaag begon het dan toch ineens weer te kriebelen en
voor ik het wist stond ik naast mijn bed in mijn ‘hardloopkleren’, ook wel
bekend als soepele kleren waar je ook wel iets harder in kunt lopen als je de
trein dreigt te missen.
Mijn man doet ook aan hardlopen, als hij er zin in heeft.
Als hij besluit te gaan rennen, staat hij binnen 5
minuten fluitend buiten. Soms is hij dan na drie kwartier tot een uur totaal
bezweet weer binnen. Het kan af en toe ook wel eens voorkomen dat hij na 20
minuten alweer fris in de huiskamer staat. Er komen dan kreten uit als “Mwa,
het ging niet zo lekker”, “Ik had wat last van mijn kuit/steken/rug/…” of “Zo, dat was weer lekker!”.
Daar moest ik dus vanmorgen weer aan denken, dáár was ik
vanmorgen dus jaloers op.
Niet alleen duurt het bij mij een stuk langer om me klaar
te maken voor het sporten maar zodra
ik de deur uit ben begint mijn hoofd al te ratelen.
Ik maak me druk over of het hoesje wel om mijn dikke arm
blijft zitten.
Over die bekende die langs fietst en zo goed bezig is met
sporten en wat die wel niet van mijn armzalige poging moet denken.
Over of ik niet te snel na het ongeluk weer begin.
Over of het niet stom is dat ik weer met die eerste les
begin.
Over of ik het wel vol houd want waarschijnlijk krijg ik
ergens pijn of geef ik het gelijk op of kan ik niet eens 1 minuut rennen.
Mijn hoofd staat al klaar met eisen en oordelen.
De het-is-toch-al-goed-dat-je-íets-doet-houding van mijn man
komt er bij mij niet in.
Tenminste… tot de les bijna voorbij is.
Want als ik die laatste drie minuten ren, gaat ineens
mijn tempo omhoog, zie ik de natuur om me heen, lach ik hardop om mijn schaduw
die voor me loopt omdat de zon ineens begint te schijnen.
Bij het uitlopen boeit het me plotseling niet meer dat ik
mensen tegen kom. Sterker nog, die schoolklas die voorbij komt en waarschijnlijk
verbaasd naar mijn fel rode hoofd kijkt, valt me bijna niet op.
Ik geniet van het feit dat ik de les heb afgemaakt.
Geef mezelf een schouderklopje omdat ik weer ben gaan
hardlopen.
Vraag me af of ik nog een extra rondje zal lopen omdat ik
me zo energiek voel.
De muziek van Twin Peaks begeleidt me naar huis. Ik vond
het al briljante muziek maar in deze stemming komt het nog harder aan.
Het deert me niet dat het gaat regenen. Ik neem het aan
als een soort uitdaging: De regen kan mijn humeur niet verpesten. Zo ook niet
die slagbomen die dan natuurlijk net dicht gaan als ik er aan kom en tartend
bij het opengaan opnieuw omlaag bewegen voor een tweede trein.
Ik voel me zo geweldig dat ik thuis nog even in de tuin
ga staan. In de regen trek ik mijn schoenen uit en dans op het nummer van
Audrey om de tuinset heen.
Ik voel me uitdagend, soepel, sexy.
Dát zie ik mijn man dan weer niet doen!
Heerlijk en bevrijdend. Goed gedaan!
BeantwoordenVerwijderen